2. Paragrafen

Dit hoofdstuk bestaat uit acht in het BBV  (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). voorgeschreven paragrafen. De onderwerpen van de paragrafen zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragrafen zijn dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen in de jaarstukken:

  • Het onderwerp heeft mogelijk een grote financiële impact.
  • Het onderwerp heeft een grote politieke betekenis.
  • Het onderwerp is van belang voor de uitvoering van de programma’s.
  • Het is noodzakelijk dat de raad beschikt over een overzicht van deze onderwerpen voor de uitvoering van haar taken.

Wat is het verschil tussen Programma’s en Paragrafen?
De programma’s in het vorige hoofdstuk zijn direct gericht op burgers. De paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de raad voor het college stelt voor het beheer en de uitvoering.

Welke paragrafen zijn er?
De onderwerpen van de paragrafen zijn voorgeschreven door het BBV:

  • Lokale heffingen;
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
  • Onderhoud kapitaalgoederen;
  • Financiering;
  • Bedrijfsvoering;
  • Verbonden partijen;
  • Grondbeleid;
  • Openbaarheidsparagraaf Woo.

2.1. Lokale heffingen

De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen vindt plaats met een belastingverordening. De vaststelling van de tarieven door de raad vond plaats in december 2023.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (zoals onroerende zaakbelasting (OZB)) rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, verantwoorden we op het betreffende programma en rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen.

In deze paragraaf is opgenomen:

a. de verantwoording van de geraamde inkomsten;

b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt hoe de lasten zich verhouden tot de inkomsten;

d. een aanduiding van de lokale lastendruk;

e. een beschrijving van het gevoerde kwijtscheldingsbeleid.

 

 a. Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 
Raming 2023
Realisatie 2023
Raming 2024
Realisatie 2024
Afvalstoffenheffing
2.277
2.300
2.282
2.358
Begraafplaatsenrechten 
1
3
1
2
BIZ 
111
94
121
93
Forensenbelasting 
24
33
26
36
Leges burgerzaken 
274
316
330
562
Leges omgevingsvergunning 
428
536
466
449
Leges overig 
45
185
45
96
Marktgelden 
15
12
15
12
OZB-eigenaren
5.015
4.901
5.469
5.400
OZB-gebruikers niet-woning 
578
549
634
623
Rioolheffing
3.391
3.420
3.802
3.818
Toeristenbelasting
245
242
314
315
Totaal
12.405
12.590
13.506
13.764

 

b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

 Landelijke ontwikkelingen

Hervorming lokaal belastinggebied
Ondanks het feit dat al jaren over een belastingherziening wordt gesproken, hebben zich in 2024 geen ontwikkelingen voorgedaan. In het coalitieakkoord van het kabinet is het volgende opgenomen: "Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken." Over hoe de hervorming van het gemeentelijke belastinggebied eruit gaat zien en of deze omvangrijke stelselwijziging ook daadwerkelijk in 2026 gerealiseerd zal gaan worden, valt op dit moment echter nog heel weinig te zeggen.

Lokale ontwikkelingen

Ontwikkeling tarieven
Voor het ramen van de tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen hanteren we het uitgangspunt 100% kostendekking. Voor de rioolheffing betekende dit een stijging van 10,9%. De tarieven toeristenbelasting zijn met 6,54% gestegen. De voor 2024 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stegen met een inflatiecorrectie, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. Op basis van het Centraal Economisch Plan wordt uitgegaan van 4,1%. 

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Gemeenten zijn beperkt in de te heffen belastingsoorten. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. Het kostendekkingspercentage mag om die reden dan ook maximaal 100 zijn.

De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De volgende belastingen en retributies zijn geheven:

Ongebonden belastingen Gebonden belastingen
Forensenbelasting Afvalstoffenheffing
Toeristenbelasting Bijdrage Bedrijven Investering Zone
Onroerendezaakbelastingen Leges en Rechten
  Rioolheffing

Mate van kostendekking van de gebonden belastingen

Activiteiten groep  Lasten taakveld  Overhead  BTW  Totale lasten  Heffingen (baten)  Overige baten  Totale baten   Kosten-dekkendheid
Afvalstoffenheffing 2.385  251 306 2.941 2.358 640 2.998 100%
Kwijtschelding afvalstoffenheffing  57  0 0 57  0 0  0  
Rioolheffing  3.219  430 258 3.907 3.818 89 3.907 100%
Kwijtschelding rioolheffing  0 0 0 0 0  0  
Subtotaal heffingen  5.661  680 564 6.905 6.176 729 6.905 100% 
Titel 1: leges algemene dienstverlening 1.027  0 38 1.065 638 3 642 60%
Titel 2: dienst verlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ vergunningen 1.733  0 92 1.825 469 16 486 26%
Titel 3: dienstverlening vallend onder de Europese dienstrichtlijn 0 0 0 0 0 0 0%
Subtotaal leges 2.761  0 130 2.891 1.108 20 1.127 39% 
Totaal 8.422  680 694 9.796 7.283 749 8.033 74% 

 c. Woonlastenontwikkeling

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Het COELO vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld Lossers gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor de periode 2019-2024:

Woonlastenontwikkeling 2019 2020 2021 2022 2023 2024
OZB Eigenaar  354,94 361,64 375,77  380,66  415,23 465,46
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)   206,68 207,24 224,75  223,78  232,00 232,20
Rioolheffing   255,24 263,76 277,59  307,38  314,40 348,60
Totaal  816,86 832,64 878,11 911,82  961,63 1.046,26

d. Kwijtscheldingsmogelijkheden

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:

  • Voor de OZB en de afvalstoffenheffing (vaste bedrag volledig, gebruiksvergoeding restcontainer en variabel bedrag van maximaal € 33,00) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen gemeentelijke woonlasten betalen.
  • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend.
  • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm.
  • Ondernemers worden voor de gemeentelijke belastingen gelijkgesteld met particulieren.
  • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit.
  • Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.

In 2024 is voor € 60.000 aan gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid kwijtgescholden. Hierbij gaat het met name om de afvalstoffenheffing.

2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente tegenvallers financieel kan opvangen, zonder dat de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Dit verhoudingsgetal is de ratio weerstandsvermogen.

Relevante wetgeving en gemeentelijk beleid
De wetgeving en het gemeentelijk beleid voor het weerstandvermogen zijn vastgelegd in:

  • Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten.
  • Financiële verordening gemeente Losser 2024.
  • Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2018.

1. Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserve risico grondexploitaties, specifiek ter dekking van de risico’s gerelateerd aan grondexploitaties.

Algemene risicoreserve                                                                                  
De stand van deze reserve is eind 2024 € 18.618.000. Daarnaast wordt de reserve Grondexploitatie met een omvang van € 1.000.000 aan de weerstandscapaciteit toegerekend.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024 € 19.618.000 is. De verwerking van het jaarresultaat 2024 is daarbij ook betrokken.

Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024

Componenten:

 

Algemene risicoreserve

€ 18.618.000

Reserve risico grondexploitaties

€ 1.000.000

Stand eind jaar 2024

19.618.000

 
2. Inventarisatie risico's

In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is aangegeven dat het risicomanagement aan de P&C-cyclus wordt gekoppeld. De risico's worden daardoor periodiek onder de aandacht gebracht en bijgesteld.

Uitgangspunten bij de beoordeling van de risico's zijn:

  • Normale bedrijfsvoeringsrisico's worden niet bij de risico's meegenomen. 
  • Risico's die een gelijksoortige oorzaak hebben worden samengevoegd. 
  • Verzekerde risico's worden niet meegenomen. 

Gevolg van deze inventarisatie is dat het totaal van de risico's € 5.451.000 bedraagt (exclusief de risico's van de grondexploitatie, die zijn hieronder nader toegelicht). Uit een simulatie blijkt dat een weerstandscapaciteit van € 1.991.000 nodig is om alle risico's af te kunnen dekken.

Met behulp van een risicoscore kunnen de risico's worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk wat de belangrijkste risico's zijn. 

In onderstaande tabel zijn de tien grootste risico's weergegeven. Het percentage geeft aan hoe groot een bepaald risico is in verhouding tot de totaal benodigde weerstandscapaciteit van € 1.991.000.

De tien grootste risico’s gemeenterekening 2024:

 

Onderwerp

Risico omschrijving

Invloed

1.

Schommelingen in de conjunctuur

Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden.

14,79%

2.

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager

13,88%

3.

Overige onvoorziene risico's

Hierbij valt te denken aan calamiteiten binnen de gemeente, zoals extreem weer of een bedrijfsongeval. Maar ook politieke en bestuurlijke risico's.

10,02%

4.

Budget Jeugd

Door openeindfinanciering en een onzeker beeld van de toekomstige zorgvraag, is het budget Jeugd mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.

8,91%

5.

Garantstelling ontwikkelfase windproject de Lutte

Garantstelling aan energiecoöperatie in De Lutte voor de ontwikkelingsfase van het windproject in De Lutte.

7,00%

6.

Schaarste arbeidsmarkt

Binnen Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Ruimtelijke Ontwikkeling is er een grote schaarste op de arbeidsmarkt. Hierdoor is inhuren vaak de oplossing om vacatures op te vullen. De kosten voor inhuur zijn door de schaarste hoog. 

5,55%

7.

Garantstellingen

Door de leningverstrekker wordt een beroep gedaan op de garantstellingen van de gemeente Losser, voor leningen die door partners zijn aangegaan (voor een compleet overzicht zie de 'niet uit de balans blijkende verplichtingen').

4,89%

8.

Daling van omgevingsaanvragen

De invoering van de Omgevingswet kan niet los worden gezien van de Wet Kwaliteitsborging, die gevolgen gaat hebben voor de vergunningverlening en leges inkomsten. Er zijn mogelijk financiële consequenties waarbij gedacht kan worden aan personele kosten en minder leges.

4,17%

9.

Effecten Omgevingswet op dienstverlening

Doorontwikkeling van het digitale stelsel (DSO) kan landelijk extra druk geven op onze dienstverlening. Veel vragen komen bij de gemeente terecht. Na de eerste 6 maanden blijkt dat er meer procedures aangevraagd worden voor het zelfde aantal initiatieven. Dit komt doordat de zogenaamde onlosmakelijkheid in de Omgevingswet is losgelaten. 

4,16%

10.

Budget Wmo

Door openeindfinanciering en een onzeker beeld van de toekomstige zorgvraag, is het budget Wmo mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar

3,75%

Stand van zaken bezwaarschrift btw TCC

Begin dit jaar zijn we door de belastingdienst geïnformeerd over de voortgang van de afhandeling van ons bezwaar tegen het niet compenseren van btw over de verbouwingskosten van het Twents Carmel Lyceum. De belastingdienst heeft een voorgenomen besluit bekend gemaakt waarin ons bezwaar wordt afgewezen. In overleg met onze fiscaal adviseur (Fiscalade) hebben we gevraagd om een gesprek met de belastingdienst om nog eens de verschillende standpunten en argumenten te kunnen toelichten en te vragen om een nadere toelichting op het voorgenomen besluit. In dat licht bezien is het voorgenomen besluit niet een verrassing, gelet op andere lopende vergelijkbare zaken lag dit in de lijn der verwachting.

We merken wel op dat we in onze begroting al rekening houden met het niet compenseren van de btw. In dat licht bezien is het financieel risico van deze procedure tot het minimum beperkt.

Risico's grondexploitaties

Ter bepaling van de vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties maken we gebruik van de Monte Carlo simulatie. Dit is een simulatietechniek waarbij grondexploitaties vele malen worden gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Hierbij houden we rekening met risico’s aan de kosten- en opbrengstenkant, maar ook met onzekere gebeurtenissen. Naast projectgebonden risico’s, kijken we ook naar niet projectgebonden risico’s. Ofwel, de conjuncturele risico’s worden geïnventariseerd en gekwantificeerd. Deze risico’s zijn vaak niet beïnvloedbaar binnen de projecten en liggen op het vlak van macro-economische trends en wet- en regelgeving van hogere overheden (te denken valt aan spreidingsrisico’s rondom gehanteerde parameters). Hiermee ontstaat een vollediger en betrouwbaarder beeld van de risico’s binnen de grondexploitaties. De uitkomst is een momentopname. Marktomstandigheden kunnen snel wijzigen. Dit kan leiden tot fluctuaties in de vereiste weerstandscapaciteit. Om vinger aan de pols te houden actualiseren we daarom jaarlijks zowel bij de gemeenterekening als tussentijds bij de gemeentebegroting de vereiste weerstandscapaciteit. De vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties is ultimo 2024 afgenomen (JR 2023: € 534.000) en bedraagt € 442.000. Deze afname komt met name door de voortgang en realisatie van kosten en opbrengsten in de diverse grondexploitaties. Hiermee neemt de grondslag, namelijk de nog te realiseren kosten en opbrengsten, af bij de bepaling van het risicoprofiel.

3. Ratio weerstandsvermogen en verwachte ontwikkelingen

Benodigde weerstandscapaciteit:
De geïnventariseerde risico’s zijn de basis voor de risicosimulatie. Op basis van die simulatie wordt het bedrag berekend dat nodig is om deze risico’s in financiële zin af te dekken. Conclusie is dat alle risico's, met 90% zekerheid, kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.433.000 (€ 1.991.000 voor de geïnventariseerde risico's in de bedrijfsvoering/beleid en € 442.000 voor de risico's van de grondexploitaties).

Beschikbare weerstandscapaciteit:
De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserve grondexploitaties. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2024 € 19.618.000. Hierbij is rekening gehouden met het rekeningresultaat 2024.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen.   

De gemeenteraad heeft aangegeven dat de minimaal wenselijke ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 ligt. Oftewel, de beschikbare weerstandscapaciteit dient minimaal 140 tot 200% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen.

Ratio weerstandsvermogen eind 2024  =  € 19.618.000 : € 2.433.000 = 8,1.
                                                                     
De ratio weerstandsvermogen bevindt zich daarmee boven de door de Raad vastgestelde minimale bandbreedte van 1,4 - 2,0. In het vervolg lichten we dit toe.

Tabel, ontwikkeling in de ratio weerstandsvermogen:

Analyse van de weerstandsratio
Beschikbare weerstandscapaciteit
Eind 2023 Eind 2024 Verschil
Algemene risicoreserve € 22.443.000 € 18.618.000 - € 3.825.000
Reserve grondexploitaties €   1.000.000 € 1.000.000 € 0
Totaal € 23.443.000 € 19.618.000 - € 3.825.000
       
Benodigde weerstandscapaciteit
     
Risico's algemeen €   1.605.000 € 1.991.000 € 386.000 
Risico's grondexploitaties €  534.000 € 442.000 - € 92.000 
Totaal risico's €   2.139.000 € 2.433.000 € 294.000 
       
Weerstandsratio (afgerond) 10,7 8,1 - 2,6

Doordat de beschikbare weerstandscapaciteit vergeleken met de gemeenterekening 2023 met ongeveer € 3,8 miljoen is afgenomen en de risico's licht zijn gestegen, is de weerstandsratio in de gemeenterekening 2024 2,6 lager dan de ratio van 10,7 uit de gemeenterekening 2023 en komt deze uit op 8,1.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen per 31-12 in de afgelopen jaren (afgerond op één cijfer achter de komma).

Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Ratio weerstandsvermogen 1,9 2,4 3,0 2,5 4,2 9,6 8,8 10,7 8,1

Prognose ratio weerstandsvermogen 2025 en verder

Verwachte ontwikkeling weerstandscapaciteit ultimo 2025 tot en met 2028
Component  2025  2026  2027 2028
Aanwezig weerstandsvermogen € 16.932.000 € 11.808.000 € 11.222.000 € 11.623.000
Benodigd weerstandsvermogen €   2.433.000 €   2.433.000 €   2.433.000 €   2.433.000
Prognose ratio weerstandsvermogen (afgerond)
7.0 4.9 4.6 4.8

In bovenstaande tabel is de verwachte meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio aangegeven. De meerjarige verwachting is dat de ratio (variërend tussen de 4,6 en 7,0) ruim boven de door de Raad vastgestelde bandbreedte blijft.

In het schema hierboven is rekening gehouden met het negatieve rekeningresultaat 2024. 

4. Financiële kengetallen

Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte set van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. De invoering van deze set is bedoeld om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken.  

Kengetallen worden veelal gebruikt als analyse-instrument. Voordeel hiervan is dat gemeenten beter met elkaar vergeleken kunnen worden. Het zal duidelijk zijn dat het nut van het gebruik van kengetallen om de volgende redenen dient te worden genuanceerd:

  • Kengetallen hebben slechts betrekking op het verleden en geven geen zekerheid over de toekomst.
  • Kengetallen zijn veelal slechts een momentopname.
  • Kengetallen zijn vaak gebaseerd op veronderstellingen.
  Financiële kengetallen Rekening 2023 Begroting 2024 Rekening 2024 Begroting 2025
1A Netto schuldquote 38,0 % 79,0 % 49,1 % 53,1 %
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 38,0 % 79,0 % 49,1 % 53,1 %
2 Solvabiliteitsratio  37,9 % 37,5 % 30,8 % 29,5 %
3 Structurele exploitatieruimte 1,5 % 4,8 % - 1,9 % 2,0 %
4 Grondexploitatie -1,0 % - 0,4 % 1,5 % - 1,0 %
5 Belastingcapaciteit 101,9 % 106,2 % 105,3 % 102,9 %

Hieronder worden de kengetallen in hun onderlinge relatie beschouwd en van een toelichting voorzien. De kengetallen geven een indicatie hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De tabel toont de ontwikkeling over de jaren.

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief, als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De VNG hanteert een kritische waarde van 130%, hier bevinden zich zowel de netto schuldquote inclusief als exclusief de doorgeleende gelden met 48,8 % beduidend onder. De percentages zijn gelijk omdat we in Losser geen doorgeleende gelden kennen. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico. 

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op de langere termijn aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente. In bovenstaande tabel zijn de voormalige reserves Riool en reiniging opgenomen als voorziening conform wijziging BBV en daarmee uit het eigen vermogen verdwenen. Met een score van 30,9 % behoren we tot de categorie gemeenten met een gemiddeld risico.

Structurele exploitatieruimte
Dit financiële kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting of financieel resultaat is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting, maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Hoe hoger het percentage, hoe groter het aandeel van de structurele baten ten opzichte van de structurele lasten in het geheel aan baten. Zoals in de tabel weergegeven, is alleen voor de realisatie van 2024 sprake van een negatief saldo exploitatieruimte.

Kengetal grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondpositie (boekwaarde) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit kengetal alleen, heeft slechts een beperkte waarde. De relatie vraag en aanbod woningbouw of bedrijventerrein, planning et cetera spelen hierbij ook een cruciale rol. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente bevindt zich met het percentage 1,5 % in de categorie gemeenten met het laagste risico.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het vorige begrotingsjaar. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de Rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit scoort met 105,3 % boven het landelijk gemiddelde (100%). De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met een hoog risico.

 

2.3. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Kapitaalgoederen zijn duurzame bezittingen die een gemeente heeft waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Denk hierbij aan wegen, gebouwen en riolering. Deze eigendommen, noodzakelijk voor een goede leefomgeving, vertegenwoordigen een grote waarde. De totale vervangingswaarden van de kapitaalgoederen in Losser schatten wij op ruim € 260 miljoen. 

Het niveau van onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen bepalen het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Achterstanden in onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval tot onveilige situaties leiden. Investeren in onderhoud en vervanging is daarom noodzakelijk om kapitaalgoederen ook op lange termijn in stand te houden. Wij onderhouden de kapitaalgoederen op basis van de 'Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte' (2013). Voor verschillende kapitaalgoederen zijn er naast de nota ook beheer- en onderhoudsplannen. 

Het coalitieakkoord 'Groeien door ambitie' hecht veel waarde aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. Met investeringen in de openbare ruimte wil het college meer bereiken dan alleen een schone, hele en veilige leefomgeving. De inrichtingskwaliteit speelt steeds nadrukkelijker een rol bij het creëren van aantrekkelijke buurten en wijken. Daarnaast spelen grote uitdagingen zoals de warmtetransitie en klimaatverandering. Samen met de vervangingsopgave in de openbare ruimte leidt dit tot een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Wij hanteren hiervoor de systematiek van het integraal Meerjaren Investerings- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte (MIP). 

Met het MIP willen wij met investeringen in de openbare ruimte ook invulling geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en het bereiken van strategische gemeentelijke doelen. Waar mogelijk zetten wij beheer- en vervangingsbudgetten in als cofinanciering voor integrale uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte. 

Algemeen

In 2024 zijn wij verder gegaan met het vullen van het integrale beheerpakket GBI. 

Er is verder gewerkt aan het vullen van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie).

Wij zijn gestart met de actualisatie van het MIP en willen dit in 2025 afronden (MIP 2.0). Via het MIP hebben wij een deel van de budgetten voor vervangingsinvesteringen en onderhoudsgelden ingezet voor de kwaliteitsimpulsen De Lutte, Glane en Beuningen. 

Uitwerking per beheerdiscipline

Wegen

Het beleidsplan Wegen is in 2019 vastgesteld. Met ons wegbeheersysteem volgen wij de staat van al onze (verharde) wegen. Dit systeem geeft richting aan onze meerjaren onderhoudsplanning. Jaarlijks voeren wij een inspectie uit. Op basis hiervan passen wij, indien nodig, de onderhoudsplanning aan. 

Het reguliere onderhoud is volgens planning (deels via het MIP), uitgevoerd. Zo hebben wij de (deels) Kopshofweg gereconstrueerd. Daarnaast is aan diverse wegen (o.a. Goormatenweg, Lossersedijk, Voswinkelweg, Elferinksweg) asfaltonderhoud gepleegd. Hierbij zijn de toplagen en onderliggende lagen vervangen.

Financiën 

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. 

 

Openbare Verlichting

Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting volgt uit het beleidsplan 'Licht in de openbare ruimte' (2016). In 2024 hebben wij de 'remplace' ronde afgerond. Daarmee zijn alle lampen waarvan de einde levensduur is bereikt en niet in projecten waren opgenomen vervangen. Daarnaast is er voor de komende jaren een vervangingsplan opgesteld. In dit vervangingsplan is gekeken naar de masten en armaturen die de komende 7 jaar vervangen moeten worden. Voor de jaren 2025 en 2026 is er een specifieke planning gemaakt. Deze planning wordt integraal afgestemd met de projecten in de openbare ruimte.

Financiën

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. 

Civiele kunstwerken

In 2024 hebben wij de lijngoot van de spoortunnel Kokenberg in de Lossersedijk vervangen. Daarnaast zijn meerdere duikers onder wegen in het buitengebied vervangen. Ook is er een inspectie Kunstwerken uitgevoerd. Dit geeft weer input voor het onderhoud. 

Financiën 

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. 

Riolering en Water

In 2022 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) door de raad met twee jaar verlengd. Het kostendekkingsplan is toen ook geactualiseerd en geïndexeerd. In 2024 hebben we gewerkt aan het opstellen van een nieuw Water en Rioleringsprogramma als vervanging van het huidige GRP en aan het Klimaatadaptatieplan inclusief uitvoeringsagenda 2025-2029. Op basis van het kostendekkingsplan WRP bepalen wij de hoogte van de rioolheffing voor het uitvoeren van de zorgplichten afvalwater, grondwater en hemelwater. Daarnaast zijn een deel van de kosten van het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie ook meegenomen in het kosten dekkingsplan WRP. Dit geeft voor de komende planperiode richting aan duurzaamheid en maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Wat hebben wij in 2024 gedaan?  

Een groot deel van de rioolvervangingen, die in het kostendekkingsplan zijn opgenomen, worden meegenomen met de kwaliteitsimpulsen De Lutte, Glane, Centrum Losser fase II en de Roofvogelbuurt.   

Deze plannen zijn deels in uitvoeringen of voorbereiding. Daarnaast zijn de navolgende werkzaamheden uitgevoerd:  

  • Aanleg waterberging Kerkenbos de Lutte. In kader van de kwaliteitsimpuls de Lutte zijn watergangen in het Kerkenbos geoptimaliseerd en voorzien van nieuwe stuwen om de bergingscapaciteit voor regenwater te vergroten.
  • Met de herinrichting van het centrumplein en Plechelmustraat in De Lutte zijn riolen vervangen en is er een hemelwaterstructuur aangelegd (wadi`s, lijngoten en regenwaterriolen). 
  • Riolen in Elferinksweg, Oldenzaalsestraat, Kerkstraat en Tulpstraat zijn voorzien van glasvezelversterkte kous. 
  • Park de driebogen is waterretentie aangelegd in kader van het project Beken en Bleken. 
  • Reconstructie uitgevoerd aan de Dorpsbleek Losser, voor het optimaliseren van de waterafvoer en waterberging (project Beken en Bleken) en gelijktijdig is de riolering in de Kopshofweg vervangen. 
  • Diverse maatregelen uitgevoerd naar aanleiding van de wateroverlast 21 juli 2024. 

Financiën 

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. 

Groen en Landschap

In 2022 is het groenbeleidsplan vastgesteld. Belangrijke doelen daarin zijn vergroening van onze leefomgeving en het beschermen en verbeteren van biodiversiteit. 

Voldoende en vitaal groen in onze leefomgeving is belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast te beperken. Het is bewezen bevorderlijk voor de algehele gezondheid en het welzijn van de mens. Biodiversiteit is belangrijk voor ecologische balans en om ziekten en plagen te voorkomen. Voor het beheer en beschermen van bomen hanteren wij het 'Handboek Bomen'. Hierin zijn de belangrijkste normen voor aanleg, onderhoud en bescherming van bomen vastgelegd.  

De klimaatverandering zet door en grote verschillen in temperatuur en waterstand zorgen voor sterfte van bomen en planten. Het budget voor vervanging van slechte of dode beplanting hebben wij, evenals het budget voor bodemverbetering bij bomen, in 2024 volledig benut.

Het reguliere onderhoud aan het groen wordt door het Servicebedrijf uitgevoerd. Voor een belangrijk deel zetten wij hiervoor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt in. Onderhoud van bomen wordt uitgevoerd door een speciale boomverzorgingsploeg. Grotere aanleg en onderhoudsprojecten besteden wij uit. 

Wat hebben we in 2024 gedaan? 

  • Op diverse plekken is het groenareaal uitgebreid vanuit het NK tegelwippen.
  • Op diverse locaties in de gemeente is groot onderhoud uitgevoerd aan houtsingels/wallen en bomen  in gemeentelijk eigendom, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. 
  • Het planten van bloembollen op verschillende locaties.
  • Er is een 'Pak an Pak over' project opgestart in Overdinkel op de locatie van de voormalige basisschool Het Kompas; er wordt een (tijdelijk) parkje gerealiseerd. 
  • Op diverse plaatsen in de gehele gemeente zijn weer nieuwe bomen aangeplant. Deels ter compensatie van dode exemplaren, deels ook ter uitbreiding. 
  • Er is op verscheidene plekken groen vervangen vanuit het structurele vervangingsbudget. 

Eikenprocessierups; 

De plaagdruk was relatief laag dit jaar. De kosten voor de preventieve bestrijding vielen daardoor mee. Wel hebben wij weer ingezet op uitbreiding van de biodiversiteit d.m.v. aanbrengen van bloembollen, kruiden en  heesters.  

Financiën 

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. 

Begraafplaatsen

De gemeente Losser heeft één algemene begraafplaats aan de Bookholtlaan in beheer en onderhoud. Doordat steeds meer mensen kiezen voor een crematie en de aanwezigheid van verschillende bijzondere (natuur-)begraafplaatsen, vinden er op jaarbasis slechts een beperkt aantal begravingen plaats. Wij zijn gestart met het actualiseren van de begraafplaatsadministratie. Wij ronden dit in naar verwachting in 2026 af. Dan is het betalen van de grafrechten op orde en zijn de grafmonumenten waarvoor niet wordt betaald geruimd.   

Naast het op orde maken van de gegevens zijn wij ook gestart met het renoveren van de beplantingen en het herstellen van de paden.

Financiën 

De kosten voor begraven worden gedekt uit de begraafplaatsleges. Het onderhoud en vervanging dekken wij uit de reguliere begroting. 

Speelplaatsen 

In 2021 is het Speelruimteplan vastgesteld. Er is een budget voor reparaties en incidentele vervangingen. De speeltoestellen worden jaarlijks geïnspecteerd. 

Financiën 

Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit.

Afval

Voor de inzameling van restafval, PMD verpakkingen, glas en textiel staan er verspreid over de kernen ongeveer 80 onder- en bovengrondse containers. De containers zijn eigendom van de gemeente Losser. Het beheer en onderhoud voert Twente Milieu uit. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst met Twente Milieu. 

We reserveren € 35.000 voor vervangingen van boven- en ondergrondse containers. Containers worden incidenteel vervangen wanneer reparatie niet meer zinvol is. 

In oktober 2024 hebben we besloten twee trajecten in te gaan: planvorming voor een toekomstbestendig afvalbrengpunt en het opstellen van een grondstoffenplan. Omdat het huidige afvalbrengpunt niet meer voldoet aan het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn we samenwerkingen aangegaan met een particulier groenbrengpunt aan De Pol in Losser en de afvalbrengpunten van de gemeenten Enschede en Oldenzaal. 

Vanaf 1 november 2024 kunnen bewoners van appartementen gebruik maken van GFE verzamelcontainers. Hiervoor zijn verspreid over de gemeenten 20 containers geplaatst en leasen wij van Twente Milieu 

Financiën 

Wij voerden de taak binnen de kostenraming uit.

Gemeentelijke gebouwen en vastgoed

In de Vastgoednota gemeente Losser is het beleid uitgewerkt en vastgelegd. De Vastgoedlijst eigendom gemeente Losser vormt de basis voor keuzes in het aanhouden, dan wel afstoten van locaties. Daarbij wordt beoordeeld of de locaties nog wel nodig zijn voor de eigen dienst of beleidsdoeleinden. Indien binnen afzienbare tijd (tien jaar) geen (ruimtelijke) ontwikkelingen worden verwacht, dan wordt voorgesteld deze locaties af te stoten en in de verkoop te zetten. Bij het afstoten van vastgoed houden wij rekening met de lopende huurcontracten, aanwezige erfpacht-/opstalovereenkomsten en ontwikkelingen in de markt. 

Vertaling naar de begroting 

De vertaling van het beleid naar de begroting vindt plaats via het Meerjaren Onderhoud Plan (MOP)-gebouwen. Elke 5 jaar wordt de onderhoudsconditie bepaald. Voor een redelijk niveau van onderhoud wordt voor de panden met een toekomstperspectief (meer dan tien jaar) een conditiescore 3 gegeven. Voor de af te stoten panden met een tijdelijk gebruik volstaat een conditiescore 5 op basis van klachtenonderhoud. 

In 2023 zijn alle panden opnieuw geïnspecteerd en heeft de raad het nieuwe budget voor Meerjaren onderhoud (MOP) voor de komende 5 jaar toegekend. In 2024 is het onderhoud is volgens planning MOP uitgevoerd. 

In 2023 zijn alle panden opnieuw voorzien van een energielabel. In de 'portefeuilleroutekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed' is een plan uitgewerkt voor verdere verduurzaming naar een gasvrij en energieneutraal vastgoed. Hierin wordt de volgende stap gezet. Na het isoleren concentreren we ons op de vervanging van de klimaatinstallaties door een duurzame elektrische variant en het aanbrengen van zonnepanelen. Dit betreft 12 panden in eigendom van de gemeente, die voor eigen gebruik en beleidsdoeleinden worden ingezet. De raad heeft besloten om verder in te zetten op verduurzaming van de panden en hier budget voor toegekend. Door het na-isoleren van de panden hebben nu 9 panden energielabel A of hoger, 2 panden label C en 1 pand label G. De werkplaats in Overdinkel en gymzaal De Vlasakker komen ook na isoleren niet hoger dan energielabel C. Bij de gymzaal in Beuningen (energielabel G) worden de werkzaamheden uitgesteld en gecombineerd met de nieuwbouw van Mariaschool/ Kulturhus.

In 2024 is de verduurzaming van het zwembad Brilmansdennen 1e fase opgeleverd. Alle installaties zijn voorbereid op de verwarming middels riothermie van de RWZI. Wachten is nu op de pompinstallatie bij de RWZI en verzwaring van Enexis. De vernieuwbouw van kulturhus Glane naar een gasloos en energieneutraal gebouw is opgeleverd. Bij de gemeentewerf is de laadinfra aangelegd voor de elektrificatie van het wagenpark. Laadstation overkapping is aanbesteed en voorbereiding aanbesteding verduurzaming gemeentewerf gestart. Na toekenning van 2 DUMAVA Subsidies in 2023 hebben we in 2024 voor nog eens 7 panden DUMAVA Subsidie ontvangen.

Financiën 

We voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. Het Meerjaren onderhoud (MOP) is opgenomen in de exploitatiebegroting. Investeringen in gebouwen lopen separaat via nieuw beleid in de Voorjaarnota  

2.4. Financiering

Treasurybeleid

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) geeft de kaders aan waarbinnen decentrale overheden de treasuryactiviteiten moeten uitvoeren. Het doel hiervan is de bevordering van een gezonde financiering, het bijdragen aan het behouden van de goede kredietwaardigheid en handhaving van de positie van decentrale overheden op de kapitaalmarkt. Een belangrijke eis uit de Wet fido is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (verstandig) dient te zijn.

Op 6 juli 2021 is het Treasurystatuut 2021 vastgesteld door de raad. Hierin is het beleidskader voor Losser inzake treasury opgenomen. In het statuut is de geldende wetgeving vertaald naar de gemeente. Zo is vastgelegd hoe de financiële risico’s, zoals het renterisico (van vaste en vlottende schuld), het kredietrisico, het liquiditeitenrisico en koersrisico, worden geminimaliseerd. En wordt de verdeling van taken en bevoegdheden vastgelegd. Ook is de verantwoordingsrelatie inzake het treasurybeleid tussen de gemeente Enschede en gemeente Losser vastgelegd.

 

Renterisicobeheer

Het renterisico wordt beperkt doordat de gemeente zeer terughoudend omgaat het vertrekken van leningen en garanties. De gemeente Losser heeft geen leningen verstrekt behalve starters- en blijversleningen. De uitvoering hiervan is ondergebracht bij het Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten. Ook worden door de gemeente leningen verstrekt vanuit het Energiefonds Losser om zo hiermee lokale initiatieven mogelijk te maken die bijdragen aan het energieneutraal maken van Losser.

Zie paragraaf 4.3 voor de specificatie van de gewaarborgde leningen. De uitstaande (nog 2) garanties op geldleningen stammen uit de jaren 90. Bij deze garanties zijn geen zekerheden c.q. onderpand verkregen. De risico’s die voortvloeien hieruit zijn opgenomen in het weerstandsvermogen (zie top 10 met risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).

Losser neemt een achtervangpositie in bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor verstrekte leningen aan corporaties. De risico’s hiervan zijn tot op heden ingeschat op nihil. Het WSW bezit namelijk de hoogste classificering van kredietwaardigheid (de zogenaamde AAA-rating) waardoor aanspraak op de verstrekte achtervang niet zal voorkomen. De grotere achtervangpositie heeft derhalve geen (financieel) effect op de begroting.

Op dit moment raadpleegt de VNG de leden met de vraag of de gemeenten in kunnen stemmen met verruiming van het borgingsplafond van de WSW om de versnelling van de woningbouw te ondersteunen. Hiervoor moeten corporaties kunnen lenen tegen gunstige voorwaarden. Het plafond wordt verhoogd met de indexatie. De risico’s voor de gemeente stijgen niet omdat het WSW de hoogste kredietrating behoudt en de waarde van de bezittingen van de corporaties voldoende is al onderpand.

Ook staat Losser in de achtervang voor het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) die de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) verstrekt aan particulieren. Vanaf 1 januari 2011 staat het rijk voor 100% van NHG garant. De uitstaande achtervang bedraagt 50% van de verstrekte NHG tot die datum en de omvang daalt jaarlijks door de gedane aflossingen.

Renteresultaat

Het resultaat in 2024 is ruim € 271.000 lager dan begroot. Het verschil tussen het renteresultaat in deze gemeenterekening en de financiële rapportage wordt vooral veroorzaakt doordat we geen rente van het grondbedrijf hebben ontvangen, maar door de negatieve boekwaarde juist rente hebben moeten vergoeden aan het grondbedrijf.

Omslagrente

Vanuit de BBV-regelgeving voor rente moet worden vastgesteld in de gemeenterekening of de begrote omslagrente niet te veel afwijkt van de realisatie. Een afwijking van maximaal 25% is toegestaan. Bij overschrijding hiervan dient de omslagrente herrekend te worden.

In de onderstaande tabel is de vergelijking tussen begroting en realisatie voor 2024 van de omslagrente terug te  vinden. In de begroting 2024 gingen we nog uit van een afgerond omslagpercentage van 0,40%, in werkelijkheid is 0,75% toegerekend. We blijven (ruim) binnen de toegestane marge van 25%.

 

Omschrijving Begroting 2024 Gemeenterekening 2024
Externe rentelasten korte en lange financiering 426.793 646.275
Externe rentebaten (o.a. rente personeelshypotheken) -35.527 -88.418
Totaal door te rekenen externe rente 391.266 557.857
Rente aan grondexploitaties -38.062 108.536
Rente projectfinanciering (Kulturhus) -24.166 -27.295
Saldo toe te rekenen externe rente 329.038 639.097
Rente over eigen vermogen 0 0
Rente over voorzieningen 0 0
Toe te rekenen rente 329.038 639.097
Toegerekende rente aan boekwaarden 335.606 532.802
Renteresultaat rente 6.568 -106.295
Boekwaarde cf. geprognosticeerde balans 93.223.959 71.040.273
Omslagrente 0,36% 0,75%

 

Vanaf 1 januari 2016 gelden voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties nieuwe BBV-regels. Daardoor wordt aan de grondexploitaties een rente toegerekend op basis van de daadwerkelijke rentelasten van de langlopende en kortlopende schulden. Hierbij wordt ook nog rekening gehouden met de verhouding eigen en vreemd vermogen van de gemeente op de balans. Uiteindelijk moet de daadwerkelijke rente worden verrekend. In de begroting was rekening gehouden met een percentage van 0,91% over 2024. De werkelijke gemiddelde rente bedroeg 1,43% in 2024 doordat de rentelasten hoger waren dan begroot voor 2024 mede doordat een nieuwe lening is aangetrokken.

Kasgeldlimiet

Voor het beperken van de renterisico’s is in de Wet fido ook een norm voor de kortlopende schulden opgenomen, de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente als gemiddelde netto vlottende schuld (vlottende schulden minus vlottende middelen) maximaal mag hebben.

De kasgeldlimiet bedroeg in 2024:

  (x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
1. Omvang begroting per 1 januari 2024 - grondslag 73.895 73.895 73.895 73.895
           
2. Toegestane kasgeldlimiet:        
  - in % van de grondslag 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
  - omvang kasgeldlimiet 6.281 6.281 6.281 6.281
           
3. Toets kasgeldlimiet:        
  Gemiddelde overschot vlottende middelen     1.972 325
  Gemiddeld opgenomen vlottende schuld -7.402 -3.938    
  Toegestane kasgeldlimiet 6.281 6.281 6.281 6.281
  Ruimte onder kasgeldlimiet -1.121 2.343 8.253 6.606

Uit de tabel blijkt dat de gemeente in het 1e kwartaal van 2024 de limiet heeft overschreden. Dit is een niet-financiële onrechtmatigheid, die verder wordt toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering, onderdeel rechtmatigheidsverantwoording. Nadat in het 2e kwartaal nieuwe financiering was aangetrokken, bleef de gemeente ruim binnen de limiet gedurende de rest van 2024.

Renterisiconorm

In de Wet fido is bepaald dat de gemeente binnen de renterisiconorm moet blijven. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de langlopende schulden (schulden met een looptijd van één jaar of langer). Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten.

De renterisiconorm beoogt in de kern dat de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen totaal niet meer dan 20% van de totale begroting van baten en lasten mogen bedragen. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de gemeente Losser in 2024 de norm niet heeft overschreden:

Berekening renterisiconorm (x € 1.000) Begroting 2024 Realisatie 2024
1 Begrotingstotaal 73.895 73.895
2 Vastgesteld percentage 20% 20%
3 Renterisiconorm (1 x 2) 14.779 14.779
4 Aflossingen 4.137 2.486
5 Ruimte onder renterisiconorm (3 - 4) 10.642 12.293

 

Terugblik op activiteiten treasuryfunctie

In 2024 heeft de treasuryfunctie zich bezig gehouden met de in de begroting 2024 gemelde acties:

  • Vanuit de doelstelling om de rentelasten te minimaliseren, is de monitoring van de saldi in rekening-courant worden verscherpt. Daar waar mogelijk is een beroep gedaan op het verkrijgen van voorschotten zodat geen sprake is van een negatief banksaldo (waarvoor de rente aanzienlijk is momenteel).
  • De rente voor langlopende leningen is stabiel gebleven in 2024. Om de rentelasten te minimaliseren is het zo gunstige mogelijk aantrekken van leningen met een minimaal benodigde omvang van belang. Bij het opstellen van elke begroting wordt ingezet op het verbeteren van de planningen van de investeringen en daarmee beter inzicht in de verwachte investeringsuitgaven.

Limieten 2024

In de financieringsparagraaf dienen conform artikel 16, lid 3 van de Financiële verordening jaarlijks de limieten voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het uitzetten van tijdelijk overtollige geldmiddelen en het aantrekken van langlopende geldleningen te worden vastgesteld. De raad stelt hiermee de grenzen vast waarbinnen het college kan financieren of beleggen. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de limieten niet zijn overschreden.

Uit de onderstaande tabel blijkt dat de limiet voor het aantrekken van opgenomen vaste schuld in 2024 is overschreden. De raad is echter per brief op 9 april 2024 geïnformeerd over de benodigde extra nieuwe financiering. 

Netto-vlottende schuld (x € 1.000)  1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - conform financieringsparagraaf gemeentebegroting 2024 6.909 6.909 6.909 6.909
Gemiddeld opgenomen vlottende schuld in kwartaal 7.402 3.938 0 0
Gemiddeld overschot vlottende middelen 0 0 1.972 325
Saldo vlottende schuld minus vlottende middelen -493 2.971 8.881 7.234
Overschrijding limiet: ja/nee ja nee nee nee

 

Vaste schuld (x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - conform financieringsparagraaf gemeentebegroting 2024 5.000 5.000 5.000 5.000
Opgenomen vaste schuld in kwartaal 0 9.000 0 0
Cumulatief opgenomen vaste schuld in jaar 0 0 0 0
Overschrijding limiet: ja/nee *) nee ja ja ja

*) Zie raadsinformatiebrief van 9 april 2024.

Uitzettingen (x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - conform financieringsparagraaf gemeentebegroting 2024 554 554 554 554
Totale omvang uitzettingen in kwartaal 0 0 0 0
Overschrijding limiet: ja/nee nee nee nee nee

2.5. Bedrijfsvoering

Algemeen  

We zijn een organisatie die werkt aan de opgaven in onze gemeente. We leveren kwaliteit en ontwikkelen de organisatie. Dit is essentieel om te blijven voldoen aan onze doelen en uitdagingen. We organiseren de bedrijfsvoering van onze gemeente in relatie hiermee. We zetten bedrijfsmiddelen in om inwoners en ondernemers op een zo optimaal mogelijk manier van dienst te zijn. Daarbij speelt digitalisering een steeds belangrijkere rol.   

Onze organisatiewaarden 'Vertrouwen, verbonden, verantwoordelijkheid en flexibel' hebben gevolgen voor onze bedrijfsvoering. Namelijk in houding en gedrag. We schenken aandacht aan de waarden openheid en transparantie, integriteit als onderdelen van ambtelijk vakmanschap.  

We hebben het afgelopen jaar ingezet op het behalen van de doelen en ambities voor de volgende speerpunten, die we toelichten in deze paragraaf.  

Verbinden en behouden van talent

De druk op onze organisatie is hoog. Daar liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag. De afgelopen jaren zien we dat het aantal taken zowel in omvang als intensiteit is toegenomen. Denk hierbij aan wet- en regelgeving, uitvoeren van landelijke programma’s, organiseren van opvangtaken vluchtelingen en onze eigen ambities op de groei van de gemeente Losser. Daarnaast speelt uitstroom van personeel door pensionering en de krapte op de arbeidsmarkt een rol.   

In het afgelopen jaar hebben we ons intensief gericht op het aantrekken van nieuwe medewerkers en het binden en behouden van onze huidige medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het vinden en vasthouden van talentvolle medewerkers een voortdurende uitdaging. Een belangrijk thema is daarom werving en selectie, evenals arbeidsmarkt-communicatie, om onze wervingskracht te vergroten. We hebben diverse initiatieven genomen, zoals het versterken van onze employer branding en het inzetten van gerichte wervings-campagnes.  

Voor nieuwe medewerkers hebben we ons onboardingproces verder ingericht, zodat zij zich snel thuis voelen binnen onze organisatie. Dit proces omvat onder meer introductie, buddyschap en evaluaties om ervoor te zorgen dat nieuwe medewerkers goed integreren en zich ondersteund voelen.  

Verder is dit jaar een medewerkersonderzoek uitgevoerd om in beeld te krijgen hoe medewerkers het werk beleven. Het onderzoek heeft geholpen om te begrijpen hoe tevreden medewerkers zijn met hun werk, de werkomgeving en de organisatie als geheel.  

Digitalisering  

We streven ernaar om digitaal werken, onderdeel te laten zijn van het denken en doen in onze gehele organisatie. We zetten stappen om dit in ons DNA te verankeren. We moeten flexibeler worden als overheid. Ook onze dienstverlening moet meer aansluiten bij wat inwoners verwachten. Transparant, open en helder. We moeten voldoen aan de wetgeving (EU/NL). Inwoners/ondernemers krijgen wat ze nodig hebben aan informatie, gegevens, producten, diensten en ondersteuning. In een mix aan dienstverlening via persoonlijk contact, de telefoon en online! Om dit te bereiken gaan we nieuwe technologie inzetten. Die veel flexibeler is dan wat we nu gewend zijn. Waar mogelijk gebruiken we wat anderen ontwikkeld hebben en vinden het wiel niet opnieuw uit. Dimpact is het samenwerkingsverband waarmee we de technologie realiseren.  Gevolg hiervan is dat we in toenemende mate processen digitaliseren. Daarbij hebben we overzicht op onze digitaliseringsportfolio en maken keuzes in wat we als eerste aanpakken. Stapsgewijs werken we verder.  

Digitalisering maakt het voor onze inwoners en ondernemers makkelijker om “producten” (bijvoorbeeld parkeervergunning, geboorteaangifte, verhuizing, enz) digitaal af te nemen. Inwoners hebben er baat bij wanneer zij niet in ieder contact met de gemeente opnieuw, al bekend zijne gegevens opnieuw moeten aanleveren. Een goede bedrijfsvoering voor deze processen is essentieel. Het vraagt om een veranderende organisatie waarmee deze beweging kan worden opgevangen en versterkt.   

Belangrijk onderdeel van deze ondersteuning is een toekomst bestendig financieel systeem We kiezen voor een systeem waarin we alle processen met een financieel component kunnen samenbrengen en onderling met elkaar kunnen laten corresponderen.   

Naast deze digitaliseringsbeweging blijven we aandacht houden voor diegenen die niet kunnen, of willen meedoen in de wereld van digitalisatie.  

Bedrijfsvoering

Dienstverlening  

We werken volgens het uitvoeringsprogramma Dienstverlening. Dit betekent dat:  

  • We hebben geïnvesteerd in een gastvrije en mensgerichte dienstverlening. We geven bezoekers het gevoel welkom te zijn in ons Lossers hoes.  
  • We ontvangen feedback op onze (digitale) dienstverlening. Dit geldt voor de contacten aan de balie en via onze website. We gebruiken deze feedback om aanpassingen en verbeteringen door te voeren.  Inwoners zijn erg tevreden over het contact met de medewerker aan de balie. De privacy en de plek van de balie vinden inwoners minder prettig. Er loopt een onderzoek hoe de privacy en de plek van de balie kan verbeteren.   
  • In 2024 is onze dienstverlening aangepast op de hoge bezoekersaantallen voor paspoorten en ID kaarten. We waren en blijven alert op identiteitsfraude.  
  • Losser heeft in het najaar van 2024 een nieuwe website gekregen. De nieuwe frisse website draagt flink bij aan onze online dienstverlening. Ook aan de toegankelijkheid van de website is gedacht zoals met makkelijk leesbare teksten en een voorleesfunctie die de nieuwe website biedt.  

Inkoop

Voor gemeente Losser wordt inzicht gegeven in uitgaven, leveranciers en inkoopcategorieën. Dit kan zowel voor de gemeente totaal als ook gespecificeerd per afdeling en per budgethouder. Het overzicht wordt vanaf 2024 elk kwartaal geactualiseerd en besproken. Ook wordt dan verder ingezoomd op de inkopen met een mogelijk rechtmatigheidsrisico om te beoordelen hoe dit kan worden verbeterd. Uit de analyses in 2023 is gebleken dat Losser nog niet volledig rechtmatig inkoopt.  

In 2024 zijn verschillende acties ondernomen om dit te verbeteren. Zo is een inkoopadviseur één keer per week aanwezig op locatie en beschikbaar voor vragen en begeleiding bij aanbestedingen. Daarnaast zijn er informatiebijeenkomsten georganiseerd om het bewustzijn van medewerkers te vergroten over het belang en de meerwaarde van rechtmatig en doelmatig inkopen. In deze bijeenkomsten is ook stil gestaan hoe het inkoopproces verloopt en wat er hierin van de medewerkers wordt verwacht. Het resultaat van deze acties is dat er nu al zichtbare verbeteringen zijn in de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inkoopprocessen binnen gemeente Losser.   

In september 2024 is het uitvoeringsprogramma Circulair Losser vastgesteld. Hierin is opgenomen dat gemeente Losser het MVOI manifest gaat tekenen (besluitvorming 1e kwartaal 2025). Het ondertekenen van het MVOI-manifest betekent voor de gemeente dat Losser zich zal verbinden aan het bevorderen van duurzame ontwikkeling en maatschappelijke meerwaarde binnen de regio. Dit houdt in dat Losser bij inkoop en aanbestedingen prioriteit geeft aan duurzaamheid, sociale inclusie en het ondersteunen van de lokale economie. Hiermee draagt gemeente Losser niet alleen bij aan een betere leefomgeving, maar ook aan bredere maatschappelijke doelen zoals de transitie naar een circulaire economie en de bevordering van eerlijke arbeidsomstandigheden. Het manifest biedt daarmee een kader om inkooppraktijken verder te verduurzamen.  

Juridische Zaken 

  1. Juridisch advies   
    Afgelopen jaar hebben we waar mogelijk geadviseerd op gebied van bestuursrecht en privaatrecht (niet zijnde vastgoed/grondzaken). Twee adviseurs van JZ zijn een aantal dagen per week fysiek aanwezig in Losser.     
  1. Bezwaar en beroep   
    Sinds najaar 2024 is het bezwaarproces opgenomen in het zaaksysteem Octopus. De Losserse bezwaren worden nu volledig afgehandeld op de afgesproken wijze.    
  1. Verzekeringen   
    In 2024 geen bijzonderheden. In 2025 wordt een applicatie aangeschaft voor het beheer van de polissen. De Losserse polissen worden hier ook in opgenomen.   
    Najaar 2024 heeft de aanbesteding van de nieuwe aansprakelijkheidsverzekering voor Enschede en Losser plaatsgevonden die vanaf 2025 gaat gelden.  

Personeel & organisatie

We willen een werkomgeving creëren waarin medewerkers het beste uit zichzelf kunnen halen en waarde kunnen toevoegen aan de organisatie. Dit vraagt om een mensgerichte stijl van leidinggeven. Daarom is een programma voor de doorontwikkeling van dienend en coachend leiderschap opgezet. Om te zorgen dat medewerkers zich blijvend kunnen ontwikkelen, is het aanbod van opleiding en scholing voor medewerkers vergroot.  

Om inzicht te krijgen in de huidige formatie en personeelsbezetting en toekomstige behoefte aan personeel, is een benchmark uitgevoerd en is een eerste aanzet gemaakt voor strategische personeelsplanning. Dit proces helpt ons om proactief te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en te zorgen dat we over de juiste mensen beschikken om onze organisatiedoelen te bereiken.   

Communicatie 

Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie naar de communicatiefunctie in 2023 hebben we besloten te gaan werken met de methode Communiceren met focus. In 2024 hebben we gewerkt aan het eigen maken van deze methode en het meenemen van de organisatie hierin. Hiermee creëren we meer ruimte voor strategische advisering en brengen we focus aan in de communicatie.   

Op basis van de communicatievisie en het coalitieakkoord werken we samen met de organisatie aan heldere en betrouwbare communicatie met onze inwoners, organisaties, ondernemers en verenigingen.   

 

Rechtmatigheid

Sinds 2023 legt het college van B&W verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarstukken. Het college draagt zorg voor de interne toetsing op de rechtmatigheid van het financiële beheer en de getrouwheid van de informatieverstrekking. Dit wordt gewaarborgd door periodieke controlewerkzaamheden verdeeld in drie fasen: voorbereiding, uitvoering en rapportage. In de voorbereidingsfase wordt het gemeentebrede normenkader geactualiseerd en worden significante processen vastgesteld. De tussentijdse rapportage bevat de bevindingen van de uitgevoerde controles over het boekjaar 2024. Deze bevindingen vormen de basis voor de afgifte van de rechtmatigheidsverantwoording.

De Financiële verordening 2023 van de gemeente Losser stelt de verantwoordingsgrens vast op 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Voor 2024 komt dat afgerond op € 1,8 mln. Verder is in de verordening de rapporteringstolerantie van 5% van de verantwoordingsgrens vastgesteld voor de afwijking die in de paragraaf Bedrijfsvoering worden toegelicht.

De rechtmatigheidstoets gebeurt op basis van negen criteria die door de wetgever als uitgangspunt zijn vastgesteld. De eerste zes criteria – die betrekking hebben op de getrouwheid – worden afgedekt in de balans en het overzicht van baten en lasten. De drie specifieke rechtmatigheidscriteria worden expliciet behandeld in de rechtmatigheidsverantwoording.

De laatste drie criteria komen derhalve expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheids-verantwoording. Rechtmatigheidscriteria die ook de getrouwheid raken zijn geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Bijvoorbeeld: constatering van een verslaggevingsfout is geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook de constatering dat een post in de jaarrekening niet voldoet aan de uitgangspunten van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) hoeft niet opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording

Onderdeel van de onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording zijn de uitkomsten van de interne controles die binnen de gemeente uitgevoerd worden om vast te stellen of wet- en regelgeving zijn nageleefd. Dit betekent dat de organisatie zelfstandig vaststelt of wordt voldaan aan het normenkader waarin relevante wet- en regelgeving is opgenomen.

In de paragraaf Rechtmatigheidsverantwoording zijn de totale onrechtmatigheden opgenomen conform de modelverantwoording van het BBV. In totaal is voor € 3,31 miljoen aan baten en lasten als onrechtmatig geconstateerd. Hiervan wordt € 3,16 miljoen als acceptabel beschouwd en € 0,15 miljoen als niet-acceptabel.

Alle geconstateerde afwijkingen vallen onder het begrotingscriterium. Bij het Voorwaardencriterium en Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) zijn geen onrechtmatigheden vastgesteld.

De afwijkingen ten opzichte van de begroting worden op programmaniveau toegelicht in hoofdstuk 1 en op taakveldniveau per programma in paragraaf 3.2. In dit hoofdstuk wordt ook aangegeven of de lastenoverschrijdingen, op basis van de in artikel 12, lid 4 van de Financiële verordening vastgelegde situaties, door de raad als acceptabel kunnen worden aangemerkt.

Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
De overschrijdingen in de loop van het jaar zijn geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. De in de tabel 1 opgenomen afwijkingen zijn na de tussentijdse rapportage ontstaan.
Voor de toetsing van het begrotingscriterium wordt conform het Kadernota 2024 een onderscheid gemaakt tussen:

A.        1a. Overschrijding van lasten programma

            1b. Overschrijding van kredieten

            2.   Ongeautoriseerde mutaties van de reserves

 

B.        3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van baten en lasten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld 

 

De afwijkingen onder A. zijn in beginsel onrechtmatig waarbij sommige afwijkingen als acceptabel worden aangemerkt. In de art. 12, lid 4 van de Financiële verordening is geregeld welke begrotingsafwijkingen als acceptabel worden aangemerkt. 

De afwijkingen onder B. zijn in de aard niet onrechtmatig zolang die tot een begrotingswijziging hebben geleid of tijdig aan de raad zijn gemeld.

1a. Overschrijding lasten programma

Programma Onmeunig Mooi Losser kent een lastenoverschrijding van € 2,67 mln en programma Wendbare Organisatie € 0,64 mln. De overschrijding van de lasten op het programma Onmeunig Mooi Losser komt vooral doordat de kosten van de Jeugd en Wmo enorm zijn gestegen. Het betreft open einde regelingen. Bij de Jeugdzorg gaat het vooral om crisiszorg die in de laatste maanden van het jaar aan bod kwam (€ 1,4 mln. aan kosten), na de laatste begrotingswijziging voor 2024. Bovendien is het grootste deel van deze zorg via externe verwijzers (vooral Jeugdbescherming) verwezen. Hierdoor hadden we niet of niet voldoende zicht op deze groep.

Bij de Wmo gaat het om een kostenoverschrijding van ruim € 600.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door hogere uitgaven aan woonvoorzieningen, Wmo-vervoer en hulpmiddelen. Hoewel hier al op was bijgeraamd in de financiële rapportage, zijn de kosten in de laatste maanden van 2024 alsnog hoger geworden.

Hier gaat het ook over open-einde regelingen. De overschrijding wordt, op grond van artikel 12, lid 4 van de Financiële verordening, als acceptabel aangemerkt.

Verder zijn er meerdere posten met kleinere afwijkingen binnen het programma. Het betreft wederom posten waarbij de overschrijding met direct gerelateerde inkomsten wordt gecompenseerd, of er is sprake van een open-einde regeling waardoor de overschrijdingen als acceptabel worden beschouwd. Alleen de overschrijding bij de sportaccommodaties, veroorzaakt vooral door de hogere exploitatiekosten van het zwembad, wordt slechts deels gecompenseerd door hogere inkomsten. Daarmee is van deze overschrijding nog een bedrag van € 150.000 niet acceptabel.

De overschrijding van de lasten op het programma Wendbare organisatie betreft met name de actualisatie van de voorziening voor pensioen voor de wethouders (€ 449.000). De voorziening dient per ultimo boekjaar op peil gebracht worden. Verder valt de rente inzake de grondexploitaties lager dan geraamd (€ 108.000). De grondexploitaties worden ook met de jaarrekening geactualiseerd. Hierdoor worden beide posten als acceptabel beschouwd. Als laatste wordt overschrijding op dit programma veroorzaakt door extra lasten voor de erfgoeddeal (€ 61.000) die niet ten laste van de betreffende kredieten gebracht konden worden. Tegenover deze kosten staan inkomsten (subsidie) waardoor de overschrijding is acceptabel. 

1b. Overschrijding van kredieten

Ultimo 2024 is een analyse uitgevoerd van de begrotingsafwijkingen ten aanzien van de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Daarbij zijn geen afwijkingen geconstateerd die nadere toelichting behoeven.

2. Ongeautoriseerde reservemutaties

Alle mutaties van de reserves zijn conform eerder vastgesteld beleid rechtmatig tot stand gekomen. Voor toelichting van alle mutaties per reserve wordt verwezen naar de toelichting Vaste Passiva onder paragraaf 4.2 in de gemeenterekening.

3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld

Dit betreft alle afwijkingen die na de laatste begrotingswijziging zijn ontstaan en die niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Voor de belangrijkste ontwikkelingen is de raad al geïnformeerd of is het in de Financiële verordening vastgelegd dat de afwijkingen pas met de jaarrekening definitief zijn en hoeven daardoor niet meegenomen te worden in de overweging voor de overschrijding van de baten en/of onderschrijding van de baten en lasten.

Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
De interne controle, vooral de eerste lijn voert controles uit om te toetsen of de financiële beheershandeling voldoen aan de wet- en regelgeving opgenomen in het Normenkader.
Uit de uitgevoerde controles bij de significante processen zijn er geen financiële onrechtmatigheden geconstateerd.

Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O)
Het criterium met betrekking tot misbruik en oneigenlijk gebruik richt zich op de vraag of belanghebbenden – waaronder de gemeente zelf – op juiste en volledige wijze gegevens aanleveren om te kunnen aantonen dat aan gestelde voorwaarden is voldaan. Dit ter voorkoming van onrechtmatige besteding van publieke middelen.
Binnen de gemeente is geen afzonderlijk overkoepelend M&O-beleid vastgesteld. In plaats daarvan zijn maatregelen en beheersactiviteiten gericht op het voorkomen en signaleren van misbruik en oneigenlijk gebruik geïntegreerd in de reguliere processen. De toetsing hierop vindt plaats binnen de bestaande controlewerkzaamheden, waaronder de verbijzonderde interne controle.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd binnen deze M&O-risicogebieden.

2.6. Verbonden partijen

Inleiding
Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s, is het gewenst dat in de gemeentebegroting en de gemeenterekening aandacht wordt besteed aan rechtspersonen, waarmee de gemeente een band heeft. Een organisatie wordt in deze paragraaf Verbonden partijen opgenomen als Losser bij deze partijen een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het gaat dan concreet om deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Onder bestuurlijk belang wordt in dit verband verstaan: het hebben van een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die achtergesteld zijn in geval van faillissement van de verbonden partij en/of dat financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente.

Beheer verbonden partijen
In het Beleidskader verbonden partijen (vastgesteld door de raad op 9 april 2019) wordt verder ingegaan op de rol van de raad met betrekking tot verbonden partijen. Daardoor kan de raad invulling geven aan de toezichthoudende rol. De gemeente houdt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. Kernvragen zijn of de doelstellingen van de verbonden partijen nog steeds overeenstemmen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen gerealiseerd worden. Het tweede belang betreft het budgettaire beslag en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. De gemeente moet steeds de afweging maken, welke aanpak de beste garantie biedt dat de taak wordt uitgevoerd op een manier zoals de gemeente dat voor ogen staat. De gemeente moet ook afwegen op welke manier de gemeente voldoende inhoudelijk en financieel toezicht heeft binnen de uitvoering van een taak.

Wijzigingen en actualiteiten verbonden partijen:

De gemeente Losser heeft in 2024 extra aandelen in Twence aangekocht.

De verbonden partij Publiek Belang Electriciteitsproduktie is in 2024 geliquideerd en komt dus voor de laatste maal in het overzicht met verbonden partijen voor.

De gemeenten Berkelland en Bronckhorst hebben aangegeven per 1 januari 2026 te willen toetreden tot het GBTwente. Het besluitvormingstraject hieromtrent is opgestart.

Lijst van verbonden partijen

Tabel: Algemeen bestuurlijke belangen en risico's per verbonden partij
Daarin wordt de situatie weergegeven zoals aan het eind van 2024 van toepassing was.

 Naam en vestigingsplaats Bestuurlijk belang Financieel belang Risico's en kansen
Gemeenschappelijke regelingen
Samen Twente Alle betrokken gemeenten zijn vanaf 8 juli 2021 met één lid vanuit het college vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Dit lid heeft ook een plaatsvervanger. De gemeente Losser wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder Oosterbroek, met wethouder Lahdo als plaatsvervangend lid.  In de begroting van Samen Twente wordt het geraamde bedrag van de gemeente opgenomen en in de jaarrekening wordt het werkelijk verschuldigde bedrag van de gemeente vastgesteld. De bijdrage is afhankelijk van het aantal inwoners.  De gemeentelijke bijdrage voor 2024 was 
€ 1.354.303 (begroting 2024).
De uitgaven van Samen Twente moeten in de pas blijven lopen met de gemeentelijke financiële mogelijkheden. De gemeenschappelijke regeling is op dit moment verwikkeld in een kerntakendiscussie.
GR Recreatieschap Twente (Enschede) De GR Recreatieschap is per 1 januari 2022 gestart. De betrokken gemeenten zijn in het bestuur vertegenwoordigd met één lid. De gemeente Losser wordt vertegenwoordigd door wethouder Lahdo, met wethouder Oosterbroek als plaatsvervanger. De daadwerkelijke gemeentelijke bijdrage aan het Recreatieschap Twente voor 2024 was  € 138.031 (jaarrekening 2024).  
Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking Deze bestuursovereenkomst beschrijft de samenwerking tussen de Twentse gemeenten voor het versterken en verbreden en het uitzetten van een gezamenlijke koers van en voor de sociaal economische structuur van Twente. In het bestuurlijk overleg wordt gezamenlijk de inbreng in het bestuur van de Stichting Twenteboard voorbereid, afgestemd en teruggekoppeld.
Daarnaast wordt overleg gevoerd en afgestemd over het lobbyen van de gemeenten bij provincie, Rijk, de Europese Unie en andere (semi)overheden en haar organisaties ten behoeve van de sociaal economische structuurversterking en andere door het bestuurlijk overleg gekozen onderwerpen.
De gemeente Losser wordt in dit overleg vertegenwoordigd door burgemeester Diepemaat, met wethouder Lahdo als vervanger.
In de bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking was voor het jaar 2024 een bijdrage van € 9,31 per inwoner afgesproken.  
Stadsbank Oost Nederland (Enschede) Elke gemeente wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen vertegenwoordiger. Het dagelijks bestuur bestaat uit 8 leden, waarin in ieder geval zitting hebben de AB-leden uit de gemeenten Almelo, Hengelo en Enschede. De voorzitter wordt door het AB uit zijn midden aangewezen. De gemeente Losser wordt in het Algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder Lahdo. Wethouder Oosterbroek is plaatsvervanger. Elk lid heeft in de vergadering van het algemeen bestuur één stem. De gemeente Losser is afnemer van producten schuldhulpverlening van de gemeenschappelijke regeling voor een begroot bedrag in 2024 van € 188.819. De gemeente is verantwoordelijk voor integrale schuldhulpverlening, waarbij zowel aandacht is voor preventie, vroegsignalering en nazorg. De gemeente kan zelf beslissen of zijn meer taken wil inkopen of om basistaken zelf weer te gaan uitvoeren.
Crematoria Twente (Enschede) OLCT is een collegeregeling. Er is een algemeen bestuur waarin alle betrokken gemeenten met elk een lid - benoemd door het college van een deelnemende gemeente uit zijn midden. Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, die door het AB uit zijn midden worden benoemd met dien verstande dat drie van de vijf zetels worden ingenomen door leden van de deelnemende gemeenten, waarvan het inwoneraantal op 1 januari van het jaar waarin de keuze plaats vindt, minder is dan 40.000. De gemeente Losser wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder Oosterbroek. Wethouder Engels is plaatsvervanger. Wethouder Oosterbroek is tevens lid van het dagelijks bestuur. Crematoria Twente keert jaarlijks dividend uit aan de GR OLCT, die het dividend aan de deelnemende gemeenten uitkeert naar rato van het aantal crematies van ingezetenen.

Voor 2024 is in de begroting, conform het nieuwe dividendbeleid, een winstuitkering van 375.000 (totaal) opgenomen, maar dat is afhankelijk van de resultaten van het bedrijf. De spelregels daarvoor zijn opgenomen in het vastgestelde dividendbeleid.
De risico's voor Crematoria Twente zijn voornamelijk financieel. De dividenduitkering is afhankelijk van het resultaat van het bedrijf en van het aantal crematies.
Veiligheidsregio Twente (Enschede) De Veiligheidsregio Twente is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, bestaande uit een algemeen bestuur, waarin elke gemeente is vertegenwoordigd door de burgemeester en een dagelijks bestuur bestaande uit vijf leden. Besluitvorming in het algemeen bestuur vindt plaats bij gewone meerderheid. Echter bij de vaststelling van de begroting en rekening beschikt het lid over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners. De burgemeester wordt in het algemeen bestuur vervangen door de loco-burgemeester.

De aangesloten gemeenten betalen voor 2024 hun verplichte bijdrage naar een door het algemeen bestuur vastgestelde systematiek. De begrote bijdrage van Losser voor 2024 bedroeg € 1.819.938.

De bijdrage van de gemeente is afhankelijk van het behaalde resultaat van de VRT. Dit kan van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage.
Omgevingsdienst Twente (Almelo) De Omgevingsdienst Twente is een regeling tussen de colleges van de Twentse gemeenten en het college van GS van Overijssel. De colleges van alle deelnemers hebben zitting in het algemeen bestuur en wijzen daarin een lid en een plaatsvervangend lid aan. Wethouder Engels maakt namens de gemeente Losser deel uit van het algemeen bestuur met als plaatsvervanger wethouder Oosterbroek. De Omgevingsdienst Twente is per 1 januari 2019 formeel van start gegaan. De financiële bijdrage van de gemeente Losser voor 2024 is €  580.000,- (begroting 2024).  
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (Hengelo) Wethouder Oosterbroek maakt deel uit van het algemeen bestuur. Haar plaatsvervanger is wethouder Engels. De stemverhouding in het algemeen bestuur is verdeeld naar rato van het aantal deelnemers. Iedere deelnemer met meer dan 100.000 inwoners heeft zes stemmen, met meer dan 50.000 inwoners vier stemmen en met minder dan 50.000 inwoners twee stemmen. De gemeentelijke bijdrage wordt bepaald aan de hand van tariefdifferentiatie. Bij tariefdifferentiatie worden tarieven per verdeelsleutel vastgesteld en de deelnemende gemeente betaalt naar rato voor het aantal 'verdeelsleutels' dat is afgenomen. Verschuivingen in aantallen of wijzigingen in het tarief van een verdeelsleutel ten opzichte van voorgaand jaar kunnen er in resulteren dat de onderlinge verhoudingen tussen gemeentelijke bijdragen veranderen.    Het GBT voert drie keer per jaar een risico-inventarisatie uit, waarbij alle risico's worden benoemd. Eventuele calamiteiten kunnen van invloed zijn op de bijdragen van de verschillende deelnemers. De bijdrage voor de gemeente Losser voor 2024 op basis van de begroting bedraagt € 583.000.
Vennootschappen en corporaties
Bank Nederlandse Gemeenten (Den Haag) Het aandeel van de gemeente Losser bedraagt 0,03%.  De gemeente bezit 17.550 aandelen à € 2,50. Het over 2024 ontvangen dividend bedroeg € 37.443. De gemeente loopt het risico minder inkomsten te ontvangen door teruglopende dividendopbrengsten.
Enexis Holding N.V. (Den Bosch) Het aandeel van de gemeente Losser bedraagt 0,014%. In 2016 is een deel van de aandelen verkocht. De gemeente Losser bezit 21.310 aandelen, waar jaarlijks dividend over wordt uitgekeerd. Het dividend over 2023 bedroeg €  5.152,85 (uitgekeerd in 2024)  De gemeente loopt het risico minder inkomsten te ontvangen door teruglopende dividendopbrengsten.
Twente Milieu (Enschede) De gemeente heeft een zeggenschap heeft van 5,3% in NV Twente Milieu. De directeuren en commissarissen worden benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.  De gemeente Losser bezit 5,3% van de aandelen. Twente Milieu keert geen dividend uit. Bij een positief jaarresultaat en een solvabiliteit van 25% wordt het dividend verrekend in de kostprijs van het product of de geleverde dienst.  De gemeente loopt het risico minder inkomsten te ontvangen door teruglopende dividendopbrengsten.
Twence (Hengelo) Losser heeft 3,49 % (vanaf 1 januari 2025 5,00%)van de gewone aandelen van Twence. Vanwege de sterk inhoudelijke inbreng wordt de gemeente Losser in de Algemene vergadering van aandeelhouders vertegenwoordigd door de vakinhoudelijke wethouder. Losser heeft 29.607 (vanaf 1 januari 2025 42297) aandelen à € 1 in bezit. Er wordt een dividenduitkering en een borgstellingsprovisie ontvangen.    De gemeente loopt het risico minder inkomsten te ontvangen door teruglopende dividendopbrengsten.
Wadinko (Zwolle) Het aandeel van de gemeente Losser in de onderneming bedraagt 2,3% De gemeente Losser bezit 55 aandelen van de in totaal 2.389 aandelen.  Losser heeft over 2024 € 34.533 aan dividend ontvangen.  De gemeente loopt het risico minder inkomsten te ontvangen door teruglopende dividendopbrengsten.
Publiek Belang Electriciteitsproductie ('s-Hertogenbosch) Het aandeel van de gemeente Losser bedraagt 0,02% Losser bezit 0,02% van de waarde. Deze vennootschap is in 2024 opgeheven. Daarbij zijn de resterende liquide middelen uitgekeerd aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang. Voor Losser was dit een bedrag van € 221,95.
CSV Amsterdam ('s-Hertogenbosch) Het aandeel van de gemeente Losser bedraagt 0,02%. Losser bezit 0,02% van de waarde. CSV zal voorlopig nog voortbestaan om op eigen kosten en risico namens Deponie Zuid B.V. (vennootschap onder Attero Holding B.V.), in overleg met de aandeelhouderscommissie, het bezwaar en/of beroep te voeren tegen de Belastingdienst ten aanzien van de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting.
Dimpact Dimpact is een coöperatieve vereniging met veertig deelnemers (gemeenten), gericht op het verbeteren en moderniseren van publieke dienstverlening aan inwoners en bedrijven. De gemeenten wordt in de ledenvergadering vertegenwoordigd door de burgemeester. Loser is lid van de coöperatieve vereniging.

De leden van de vereniging zijn niet aansprakelijk voor het bedrijfsresultaat van de vereniging (U.A. = uitgezonderd aansprakelijkheid). Er is dus sprake van een zeer gering risico.

 

Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noord-Oost-Twente (Denekamp) De gemeente Losser is lid van de coöperatie.  De Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noord-Oost Twente is in 2022 van start gegaan. De gemeentelijke bijdrage levert niet het bereiken van de gewenste doelstellingen op.
Overige verbonden partijen (bestuursovereenkomst)
Euregio (Enschede- Gronau) De Euregio is een samenwerkingsverband van 129 Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land)Kreise. De Euregio heeft een Algemeen Bestuur, een Euregioraad en een dagelijks bestuur. Losser heeft twee vertegenwoordigers in het Algemeen Bestuur (mevrouw Tiethoff, raadslid, en de burgemeester) en één vertegenwoordiger in de Euregioraad (mevrouw Tiethoff). De gemeente Losser betaalt vanaf 1 januari 2016 een lidmaatschapsbijdrage van € 0,29 per inwoner. Eventuele ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de bijdragen van de verschillende deelnemers.

 

Tabel: Financiële kengetallen per verbonden partij

Nog niet alle verbonden partijen hebben de goedgekeurde jaarrekening 2024 gereed. Voor deze partijen zijn geen gegevens over het vreemd en eigen vermogen per eind 2023 opgenomen en ook geen resultaat over 2023. Om toch een indruk van de financiële cijfers te geven, zijn daar waar mogelijk de gegevens over 2023 opgenomen.

Naam en vestigingsplaats Eigen vermogen begin 2024 Eigen vermogen eind 2024 Vreemd vermogen begin 2024 Vreemd vermogen eind 2024 Jaarresultaat 2024
SamenTwente (Enschede)

€ 4,109

€ 5,119 mln € 20,789 mln € 20,941 mln € 1,397 mln
Recreatieschap Twente  € 797.000  € 156000 €  3,325 mln € 3,105 mln  € 152.000
Twente Board/Twente Board Development - - - - -
Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

€ 1,370 mln

 € 2,236 mln  € 12,765 mln € 12,219 mln  € 656.800
Crematoria Twente (Enschede) € 2,081 mln  € 2,563 mln € 5.262 € 12.220 € 917.948
Veiligheidsregio Twente (Enschede)

€ 2,504 mln

 € 3,389 mln  € 71,827 mln  € 77,383 mln  €1,223 mln
Omgevingsdienst Twente (Almelo) € 2,036 mln  € 3,070 mln 3,977 mln  € 3,823 mln  € 1,893 miln
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (Hengelo)

€ 1.652 mln

 €2,886 mln € 1,198 mln  € 1,090 mln  € 1,233 mln
Vennootschappen en corporaties  
Bank Nederlandse Gemeenten (Den Haag) € 4.412 mln  €4.468 mln  € 110.819 mln € 123.164 mln  € 294 mln
Enexis Holding N.V. (Den Bosch) € 5.320 mln € 5.538 mln € 5170 mln € 5.388 mln € 254 mln
Twente Milieu (Enschede)

€ 12,660 mln

nnb € 14,123 mln nnb nnb
Twence (Hengelo)

€ 169,2 mln

€ 166,2 mln € 109,0 mln € 123,2 mln € 14,413 mln
Wadinko (Zwolle) € 82,924 mln  85,006 mln € 8,731 mln  10,249 mln € 3,582 mln
Dimpact € 2,991 mln   € 4,587 mln    
Publiek Belang Electriciteitsproductie ('s-Hertogenbosch) Opgeheven in 2024.
CSV Amsterdam ('s-Hertogenbosch) € 84.345 € 8580.202 € 64.446 € 6572 € 8.500000
Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noord-Oost-Twente € 118.984 € 80125 € 2667 0 € -38.859
Overige verbonden partijen (bestuursovereenkomst)  
Euregio (Enschede- Gronau)  2,577mln  2,577 mln 29.942 mln 39.553 mln  € -37.088

 

 

2.7. Grondbeleid

Deze paragraaf schetst de uitvoering van het grondbeleid van de gemeente Losser in 2024 binnen de gestelde kaders.

Doel en uitgangspunten grondbeleid

Het gemeentelijk grondbeleid draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen genoemd in paragraaf 1.1 'Onmeunig mooi Losser'. De doelstellingen zijn bij het onderdeel 'Toekomstbestendig wonen en leven' nader beschreven. De opgaven zijn gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid, veiligheid, vitaliteit en het bieden van passende en betaalbare huisvesting. Het speerpunt 'wonen' heeft hierbij topprioriteit.

Ontwikkelingen

De economie als geheel bevindt zich al enige tijd in onrustig vaarwater. Dit is toe te schrijven aan geopolitieke ontwikkelingen en de risico's voor de economie als geheel. De toegenomen onzekerheden zijn reeds gekwantificeerd in de risicoanalyses. In paragraaf 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing lichten we het effect op de vereiste weerstandscapaciteit toe.

Grondexploitaties
De raad heeft besloten een aantal ontwikkelingen met voorrang te realiseren. Dat heeft in 2024 geleid tot de vaststelling van een aantal particuliere grondexploitaties. Bij particuliere grondexploitaties faciliteert de gemeente een particuliere (her)ontwikkeling en vraagt een vergoeding voor de te maken kosten. Particuliere grondexploitaties zijn in principe kostenneutraal. In 2024 is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een aantal locaties, zoals de ontwikkelingen aan de Lutte Noord, Martinusplein, Lutterstraat 100, Hoofdstraat 278-286 (Stoevenbeld), Gronausestraat 467 (Eldorado) en Hannekerveld.

Actuele vermogenspositie grondexploitatie

Winstneming               
De commissie BBV schrijft voor dat tussentijds winstnemen bij grondexploitaties verplicht is, indien aan de voorwaarden van de Percentage Of Completion (POC) methode wordt voldaan. De commissie BBV heeft de POC methode in haar regels opgenomen om onder meer gemeenten eerder te verplichten tussentijds tot winstneming over te gaan bij grondexploitaties die daarvoor in aanmerking komen. De voorzichtigheid in tussentijdse winstneming wordt gewaarborgd in de vereiste voorwaarden voor de POC methode:

  • het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden geschat;
  • én de grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht;
  • én de kosten zijn gerealiseerd.

Als is voldaan aan de voorwaarden van de POC methode dient de winst als gerealiseerd en verantwoord te worden beschouwd. In dat geval is het 'niet getrouw' om te wachten met winstneming:

  • Voor de Saller is de tussentijdse winstneming berekend op € 853.000;
  • Voor de Geurmeij is de tussentijdse winstneming berekend op € 30.000;
  • Voor de voormalige Martinusschool is de tussentijdse winstneming berekend op € 31.000;
  • Bij de Muchte is het negatieve resultaat omgeslagen naar een positief resultaat. Hiermee voldoet het aan alle voorwaarden van de POC methode. De tussentijdse winst is berekend op € 11.000;
  • Het resultaat van de Nitertweg is positief, alleen voldoet het niet aan alle voorwaarden om tussentijds winst te nemen. De grond is niet verkocht;
  • Bij Wonen aan 't Dinkeldal en de Invalsweg is sprake van verliesgevende grondexploitaties. Bij verliesgevende grondexploitaties is vanzelfsprekend geen sprake van tussentijdse winstnemingen.

Het kan voorkomen dat bij de berekening van de tussentijdse winstneming in enig jaar blijkt dat de al genomen en verantwoorde tussentijdse winstneming in voorgaande jaren te hoog is geweest. Bijvoorbeeld omdat sprake is van tegenvallers in kosten en/of opbrengsten. Dat kan leiden tot verliesnemingen in het lopende jaar. Het bedrag dat te veel aan tussentijdse winst is genomen wordt dan verrekend. Dat is dit jaar niet aan de orde. Indien van toepassing is het risico op het verrekenen van in potentie teveel genomen tussentijdse winst meegewogen bij het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties. Bij de toelichting van het jaarresultaat grondexploitaties zijn de effecten op onder meer de reserve Grondexploitatie weergegeven.

Jaarresultaat grondexploitaties
In onderstaande tabel is het jaarresultaat weergegeven van de grondexploitatie.

Jaarresultaat Grondexploitatie 2024 (bedragen in €)  "-" = nadelig
Omschrijving
Begroting
Realisatie
Verschil
Verliesvoorziening Wonen aan het Dinkeldal
0
261.166
261.166
Verliesvoorziening Invalsweg Overdinkel
0
-8.082
-8.082
Verliesvoorziening Muchte
0
15.880
15.880
subtotaal verliesneming
0
268.964
268.964
       
Winstneming de Saller
834.838
853.000
18.162
Winstneming Geurmeij
12.723
     30.000
 17.277
Winstneming vm. Martinusschool
79.449
31.000
-48.449
Winstneming de Muchte
0
11.000
11.000
subtotaal winstneming
927.010
925.000
-2.010
       
Totaal resultaat
927.010
1.193.964
266.954

Bij de verliesgevende grondexploitaties is de verliesvoorziening in 2024 afgenomen met € 268.964. Een '-' betekent een toename in de verliesvoorziening of het terugboeken van tussentijds genomen winst. Bij de winstgevende grondexploitaties is er in 2024 een tussentijdse winst gerealiseerd van € 925.000. Dit is nagenoeg conform begroting. Verliesvoorzieningen verrekenen we met de winstnemingen in het lopende jaar. Het saldo van beide is het jaarresultaat van de grondexploitaties. Is er sprake van een negatief jaarresultaat, dan dekken we dat uit de reserve Grondexploitatie. Is er sprake van een positief jaarresultaat, dan verdelen we dat evenredig over de reserve Grondexploitatie en de Algemene Risicoreserve. Per saldo bedraagt het jaarresultaat 2024 van de grondexploitaties € 1.193.964 positief. In de volgende alinea gaan we nader in op de verdeling van het positieve jaarresultaat over bovengenoemde reserves.

Reserve Grondexploitatie
In het algemeen geldt dat de reserve Grondexploitatie is gevormd om de risico’s in de grondexploitaties op te kunnen vangen. De reserve Grondexploitatie mag maximaal € 1 miljoen bedragen. Het eventueel meerdere valt vrij ten gunste van het gemeentelijke rekeningresultaat. Omdat er voor het verslagjaar 2024 sprake is van een positief jaarresultaat van de grondexploitaties ter hoogte van € 1.193.964 verdelen we dit evenredig over de reserve Grondexploitatie en de Algemene Risicoreserve. Dit betekent dat € 596.982 (= € 1.193.964 * 50%) ten gunste van de Algemene Risicoreserve komt en € 596.982 ten gunste van de reserve Grondexploitatie. Echter, aangezien de reserve Grondexploitatie het maximum van € 1 miljoen al heeft bereikt, valt dit deel vrij ten gunste van het gemeentelijke rekeningresultaat. Zie onderstaande tabel voor het verloop van de reserve Grondexploitatie.

Verloop Reserve Grondexploitatie (bedragen in €) Totaal
Saldo per 1-1-2024 1.000.000
50% toevoeging jaarresultaat grondexploitaties 2024 596.982
afwijking t.o.v. maximum reserve Grondexploitatie -596.982
Saldo per 31-12-2024 1.000.000

Actuele vermogenspositie grondexploitatie
De financiële uitkomsten over 2024 van de grondexploitaties verantwoorden we in deze paragraaf. Jaarlijks herzien we de grondexploitaties met als vertrekpunt de boekwaarde (saldo van inkomsten en uitgaven). Gerealiseerde kosten en opbrengsten van het lopende jaar verwerken we in de boekwaarde en de prognoses stellen we bij. De vermogenspositie van de grondexploitaties bestaat uit twee componenten, te weten: 

  • het geïnvesteerde vermogen van de complexen ultimo 2024 (boekwaarde);
  • de prognoses van de complexen (grondexploitaties).

De te verwachten eindresultaten rekenen we ten slotte terug naar het prijspeil 1 januari 2025. Dit is de zogenoemde contante waarde van het resultaat. Het berekenen van de contante waarde is belangrijk bij de beoordeling van de resultaatontwikkeling in de komende jaren en bij de beoordeling van de actuele vermogenspositie van de grondexploitaties.

Voor de berekening van de grondexploitaties is het noodzakelijk om parameters vast te stellen. De gehanteerde parameters hebben wij in 2024 vastgesteld via de Notitie van Uitgangspunten. Voor de volledigheid vermelden we deze in onderstaande tabel.

  2024 2025 2026   2027 2028 e.v.*
Kosten 3%**  4,5%**  2,5%  2,5% 2% 
Opbrengsten  *** ***  2,5%  2,5% 2% 
Rente 1,43%  0,7%  0,9%  0,9% 0,9% 

*     Beheersmaatregel ingevolge BBV, uitgaande van basisjaar 2025 brengen we de opbrengstenparameter na tien jaar voorzichtigheidshalve terug naar 0% per jaar;
**    Per grondexploitatie afzonderlijk beoordelen. Werkzaamheden die al zijn aanbesteed behoeven geen indexatie;

***  Getaxeerde grondprijzen gelden in principe voor heel 2025.

In de Nota Grondbeleid staat beschreven dat we grondprijzen voor woningbouw taxeren volgens de normatief residuele methode. In aanvulling hierop kan op kavelniveau gedifferentieerd worden vanwege omvang, vorm, ligging, locatie en/of andere relevante factoren. De taxaties worden samen met een beëdigde taxateur uitgevoerd. Dit volgens het zogenaamde ‘vier-ogen principe’. De taxatiewaarde nemen we één op één over in de grondexploitaties.

In exploitatie genomen plannen (bedragen in €)

Complex
Boekwaarde
31-12-2024
Prognose eind-
resultaat op einddatum
Einddatum prognose
Prognose resultaat
per 01-01-2025
Saller
-184.504
145.131
31-12-2026
142.836
Geurmeij
1.176.749
126.486
31-12-2028
122.276
Wonen aan 't Dinkeldal
-123.581
-145.165
31-12-2025
-142.318
Invalsweg
    276.362
-95.727
31-12-2026
-92.010
Muchte
333.212
75.045
31-12-2027
73.200
Nitertweg
243.755
30.068
31-12-2025
29.859
Vm. Martinusschool
-228.505
45.822
31-12-2025
45.504
Totaal 1.493.488    
179.347


De Saller
Fase 2A en 2B zijn gereed. Het woonrijp maken van fase 2C is in uitvoering. Bij de uitvoering volgen we het bouwtempo van de woningen. Ten opzichte van de prognose verlopen de woonrijp werkzaamheden voortvarend en naderen afronding. Van de twee kavels bestemd voor particuliere uitgifte is er één geleverd en één verkocht. Onze contractpartner Rechtervoort heeft twee van de drie resterende kavels, bestemd voor projectmatige uitgifte, afgerekend. Het resultaat is verbeterd door het voordeel dat is behaald op de plankosten, rente en verwerking van de contractuele grondprijs van de laatste kavel bestemd voor projectmatige uitgifte. De Saller voldoet aan de voorwaarden van de POC methode en is daarmee verplicht om tussentijds winst te nemen. De tussentijdse winst is berekend op € 853.000. Na herziening van de grondexploitatie bedraagt het geraamde eindresultaat ultimo 2026 € 145.131 positief. Omgerekend naar peildatum 1 januari 2025 (contante waarde): € 142.836.

Geurmeij 
De Geurmeij voorziet in een gedifferentieerd kavelaanbod van circa tachtig kavels. De uitgifte van fase 1 (van het tweede deel) is bijna afgerond. In fase 1 zijn twintig kavels gerealiseerd, waarvan er achttien zijn verkocht. De laatste twee kavels nemen we mee bij de uitgifte van fase 2. De voorbereidingen voor de uitgifte van fase 2 zijn gestart. Bouwbedrijf Tijdhof Hobema is in 2024 bezig geweest met de realisatie van de eerste acht rijwoningen. In 2024 is het woonrijp maken van de omliggende openbare ruimte in fase 1 opgestart. De Geurmeij voldoet aan de voorwaarden van de POC methode en is daarmee verplicht om tussentijds winst te nemen. Er is een tussentijdse winst genomen van € 30.000. Per saldo bedraagt het resultaat op peildatum 1 januari 2025 € 122.276 positief. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar. Deze verbetering komt voornamelijk door het verwerken van de geïndexeerde grondprijzen en het indexeren van de uitgifteprijzen uit het contract met Tijdhof Hobema.

Wonen aan het Dinkeldal
In totaal zijn door aannemersbedrijf Haafkes en projectontwikkelaar Le Clercq dertig woningen gerealiseerd. De woonrijp werkzaamheden van de openbare ruimte zitten in een afrondende fase. Na oplevering van het woonrijp maken en het verlopen van de onderhoudstermijn sluiten we de grondexploitatie. Per saldo bedraagt het resultaat op peildatum 1 januari 2025 € 142.318 negatief. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar. Deze verbetering komt doordat het budget voor woonrijp maken en daarmee ook de plankosten deels is vrijgevallen. Daarnaast is het bestemmingsplan langer dan vijf jaar onherroepelijk en is de kostenraming voor nadeelcompensatie (voorheen planschade) hiermee komen te vervallen.

Invalsweg
Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid tot het bouwen van één woning naast de Invalsweg 8a te Overdinkel. De verkoop van de kavel per openbare inschrijving is eerder niet doorgegaan vanwege opgelopen bouwkosten. De kavel stond weer enige tijd te koop maar het animo bleek beperkt. Om de verkoopbaarheid te vergroten onderzoeken we de uitbreiding van de bouwmogelijkheden. De huidige kavel is uit de verkoop gehaald totdat hier meer duidelijkheid over is. Dit kan er toe leiden dat we een nieuwe grondexploitatie ter vaststelling aan de raad aanbieden. Daar is vooralsnog geen sprake van. Voor nu is het uitgangspunt van één uit te geven kavel gehandhaafd en is de looptijd van de grondexploitatie met een jaar verlengd. Na herziening bedraagt het geraamde eindresultaat ultimo 2026 € 95.727 negatief. Omgerekend naar peildatum 1 januari 2025 bedraagt het resultaat € 92.010 negatief. De getroffen verliesvoorziening is hierop aangepast en verhoogd.

De Muchte
De herontwikkeling van de Muchte maakt woningbouw mogelijk in de vorm van twaalf grondgebonden woningen en een appartementencomplex met zestien huurwoningen voor woningcorporatie Domijn. Domijn is bezig met de realisatie van het appartementencomplex. Eind 2024 is de verkoopovereenkomst voor de twaalf kavels getekend. De levering hiervan vindt uiterlijk in maart 2026 plaats. Wanneer het appartementencomplex en de grondgebonden woningen zijn gerealiseerd, starten aansluitend de woonrijp werkzaamheden van het terrein. Het negatieve resultaat van de grondexploitatie van de Muchte is in 2024 omgeslagen naar een positief resultaat en voldoet hiermee aan alle voorwaarden van de POC methode om tussentijds winst te nemen. De tussentijdse winst bedraagt € 11.000. Per saldo bedraagt het resultaat op peildatum 1 januari 2025 € 73.200 positief. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar. Deze verbetering komt voornamelijk doordat de koopsom uit de getekende verkoopovereenkomst (uitkomst prijsvraag) hoger uitvalt.

De Nitertweg
De voormalige ijsbaan annex visvijver aan de Nitertweg 4 in Losser is herontwikkeld voor de uitgifte van één woningbouwkavel, een perceel natuurgebied en een kavel bestemd voor Stichting Staringmonument. De verkoop van de woonkavel gaat via een openbare inschrijvingsprocedure bij de notaris. Voor het perceel natuurgebied en de kavel voor Stichting Staringmonument lopen aparte verkooptrajecten. Per saldo bedraagt het resultaat op peildatum 1 januari 2025 € 29.859 positief. Deze verslechtering komt voornamelijk doordat de looptijd met een jaar is verlengd.

Voormalige Martinusschool
In 2024 heeft de levering van de grond plaatsgevonden. JOUW Wonen is begonnen met het bouwen van zeven rijwoningen (rij van vier en rij van drie). De verwachting is dat in Q4 van 2025 de gemeente de omliggende openbare ruimte woonrijp maakt en dat het project eind 2025 afgerond kan worden. Het resultaat van de grondexploitatie van de Martinusschool is positief en voldoet aan de voorwaarden van de POC methode om tussentijds winst te nemen. De tussentijds genomen winst bedraagt € 31.000. Per saldo bedraagt het resultaat op peildatum 1 januari 2025 € 45.504 positief. Dit is een verslechtering ten opzichte van vorig jaar. Deze verslechtering komt voornamelijk doordat de plankosten en beheerslasten hoger uitvallen dan geraamd.

2.8. Openbaarheidsparagraaf Woo

De Wet open overheid (Woo) schrijft een openbaarheidsparagraaf voor. De Woo heeft als doel om de transparantie van de overheid te vergroten door informatie beter toegankelijk en vindbaar te maken voor burgers. De Woo sluit daarmee aan op de opgave Wendbare organisatie en transparant bestuur, waarmee onze dienstverlening zich explicieter richt op duidelijke, toegankelijke en betrouwbare informatie voor iedereen in onze samenleving. De gemeente Losser heeft in 2024 al enkele belangrijke stappen gezet om de wet te implementeren en te voldoen aan de verplichtingen die deze wet met zich meebrengt. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste punten die in 2024 zijn gerealiseerd:

Strategie en uitvoering
De gemeente Losser heeft voor de periode 2025-2030 een ambitieniveau vastgesteld dat gericht is op het verder versterken van de actieve en passieve openbaarmaking van informatie. De nadruk ligt hierbij op vrijwillige openbaarmaking, bovenop de verplichte openbaarmaking. Daarnaast is er gewerkt aan het vergroten van het bewustzijn rondom de Woo door trainingen, sessies en communicatieve activiteiten te organiseren.

Informatiehuishouding op orde
De Woo verplicht de gemeente om de informatiehuishouding goed op orde te brengen. Losser heeft de samenwerking met het programma Bridge en het team Informatiebeheer versterkt, die zich primair richten op het verbeteren van de informatiehuishouding.

Actief openbaar maken
Op 1 november 2024 is de eerste tranche voor de verplichte actieve openbaarmaking in werking getreden. De informatie over de organisatie, werkwijze en bereikbaarheid is inmiddels tijdig en volgens de vereisten openbaar gemaakt. Voor andere informatiecategorieën worden pilots uitgevoerd om ervaring op te doen met het actief openbaar maken van informatie, waarbij een belangrijke uitdaging is om informatie digitaal toegankelijk te maken. Voor de korte termijn is er een tijdelijke voorziening via Ibabs geregeld voor de actieve openbaarmaking van Woo-verzoeken en -besluiten. In 2024 is er voortgang geboekt in de samenwerking met Dimpact om een structurele oplossing voor publicatie van informatie te realiseren, die naar verwachting in 2025 beschikbaar zal zijn.

Passief openbaar maken
In 2024 zijn er 26 Woo-verzoeken ingediend bij de gemeente Losser, waarvan de meeste betrekking hadden op documenten die gaan over de fysieke leefomgeving. Daarnaast waren er verzoeken over financiële data en asiel. De gemeente heeft ervaring opgedaan met een aantal grotere Woo-verzoeken, zoals het verzoek over de locatie voor asielopvang. Het verwerken van deze verzoeken vergt een aanzienlijke hoeveelheid ambtelijke capaciteit, maar de gemeente is erin geslaagd om de gevraagde informatie te leveren. De organisatie is zich ervan bewust dat het verder verbeteren van transparantie een proces is, en daarom is begonnen met het evalueren van Woo-verzoeken om hiervan te leren en de werkwijze te optimaliseren.

Tabel: Overzicht Woo-verzoeken en onderwerpen Losser 2024

Periode Totaal Afdeling Aantal
januari - december 2024 25 Plannen, vergunnen en handhaven 10
    Algemeen (juridisch) 6
    Beheer fysieke ruimte 5
    Ontwikkeling & Strategie 2
    Duurzaamheid 1
    Werk en Inkomen 1