Het financieel perspectief is de uitkomst van het incidenteel en structureel middelenkader:
a) met als uitgangspunt de besluitvorming van de raad over de Voorjaarsnota 2020 - 2024.
b) inclusief verwerking van de mutaties als gevolg van de meicirculaire 2020.
c) met de verwerking van de financiële consequenties die voortvloeien uit de door de raad aangenomen moties over de BOA en Ondermijning.
d) met de verwerking van de prioriteit 'archivaris', waarvoor het college budget bij de raad vraagt.
De onderdelen c) en d) worden in de paragraaf 1.1 verder toegelicht.
Vorig jaar is een zwaarder bestuurlijk accent komen te liggen op de Voorjaarsnota, in vergelijking met de Programmabegroting. In de Voorjaarsnota worden de beleidsmatige en budgettaire piketpalen geslagen, in de aanloop naar de Programmabegroting. Uitgangspunt is dat de jaarbegroting in principe gelijk is aan de eerste jaarschijf in de Voorjaarsnota. Concreet: de jaarschijf 2021 uit de Voorjaarsnota 2020 - 2024, is de basis voor de Programmabegroting 2021.
Het resultaat van de jaarbegroting is in principe gelijk aan het resultaat van jaarschijf 2021 van de Voorjaarsnota, na verwerking van de financiële gevolgen van de meicirculaire over het gemeentefonds. In Losser is namelijk de afspraak gemaakt dat de verwerking hiervan pas plaats vindt bij de begroting.
Ontwikkeling saldo perspectief 2021-2024 voor begroting 2021

Volledigheidshalve merken wij op dat de raad de Voorjaarsnota 2020 - 2024 niet heeft geamendeerd.
Toelichting
1. Meicirculaire
Het resultaat sluit aan bij de Raadsinformatiebrief van 4 juni 2020. Hierin is aangegeven dat de meicirculaire positief is beïnvloed door hogere accressen. Een negatief effect ging uit van het feit dat de ingeschatte rijksbijdrage voor loon- en prijscompensatie voor de integratie-uitkeringen 'Participatie' en 'Voogdij 18+' te hoog was ingeschat.
2. en 3. Moties BOA en Ondermijning
Bij de behandeling van de Voorjaarsnota heeft de raad beide bovengenoemde moties aangenomen. Het college voert deze moties uit, door in de voorliggende begroting de post ondermijning structureel met € 30.000 te verlagen en het budget BOA’s voor 2021 te verhogen met € 30.000. Daarbij merkt het college op dat deze middelen ook worden ingezet voor handhavingsactiviteiten binnen het veiligheidsdomein. In 2021 wordt een integraal veiligheidsbeleid opgesteld. Hierin wordt een mogelijk capaciteitsvraagstuk meegenomen, te betrekken bij de voorbereiding van de Voorjaarsnota 2022-2025.
4. Archivaris
Bij de Voorjaarsnota 2020 is de prioriteit ‘Inzet van een archivaris’ opgevoerd; deze is niet gehonoreerd. Na behandeling van de voorjaarsnota is scherper geworden wat de onderbouwing voor deze prioriteit is. Onze conclusie is dat hiervoor geldt dat deze valt in de categorie ‘onontkoombaar’ Dit lichten wij hieronder kort toe.
In de nieuwe Archiefwet is de (wettelijke) verplichting opgenomen om met ingang van 2021 een archivaris te benoemen. De provinciale toezichthouder toetst of wij een archivaris hebben en zal negatief oordelen als dit niet het geval is. In de verbeteracties die dan aan de gemeente worden opgelegd, zal in ieder geval worden opgenomen dat alsnog een gemeentearchivaris moet worden benoemd. De archivaris wordt onder andere belast met:
a) Advisering over nieuwe ontwikkelingen die (digitale) archivering raken en dit vertalen naar de Losserse praktijk. Hierbij kan direct worden geanticipeerd op de nieuwe archiefruimte straks weer in het gemeentehuis.
b) Voorbereiden van de nieuwe wettelijke verplichting van een elektronische archiefbewaarplaats (E-depot) waartoe de wetgever heeft besloten. Vervolgens zorgdragen voor de overbrenging van archieven naar het E-depot.
Om de kosten voor deze wettelijke verplichting zo beperkt mogelijk te houden wordt in regionaal verband samengewerkt. De functie wordt voor ongeveer 350 uur op jaarbasis ingezet ten behoeve van de gemeente Losser.
In Losser heeft de gemeenteraad bepaald dat het financiële en beleidsmatige accent op de Voorjaarsnota ligt. De Programmabegroting is om die reden in principe niet meer dan de uitwerking van de eerste jaarschijf van deze Voorjaarsnota. Om die reden is het dan ook ongebruikelijk om in de Programmabegroting budget te vragen voor nieuwe prioriteiteiten, die niet al bij de Voorjaarsnota zijn afgewogen. Vanwege het belang van het aanstellen van een gemeentearchivaris, verzoeken wij de raad om hiervoor toch structureel aanvullende middelen beschikbaar te stellen.
| Saldoverloop | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
| Totaal saldo financieel perspectief na verwerking alle voorstellen | 258 | 731 | 269 | -269 |
| Af: Saldo incidentele baten en lasten | -175 | 525 | 302 | 84 |
| Structureel saldo financieel perspectief | 433 | 206 | -33 | -353 |
Toelichting:
Het BBV schrijft voor dat de meerjarenraming in de begroting ook een overzicht bevat van de geraamde incidentele baten en lasten per programma. Dit overzicht is opgenomen in hoofdstuk 4.5. Het saldo van incidentele baten en lasten is van belang om aan te kunnen tonen dat zowel op de korte als de lange termijn geen structurele lasten worden gedekt met incidentele baten. Dit wordt tot uitdrukking gebracht in het structureel saldo van de begroting. In bovenstaande tabel is dit structureel saldo berekend. Dit is van belang in het kader van het Interbestuurlijk toezicht door de provincie.
Het overzicht laat voor de jaren 2021 en 2022 een positief structureel saldo zien. De jaren 2023 en 2024 sluiten structureel met een nadelig saldo. Dit is ten opzichte van het saldo uit de Voorjaarsnota 2020, afgezien van 2024, een verbetering. Dit komt door de effecten van de meicirculaire. De onderdelen 2, 3 en 4 uit het vorige onderdeel leiden daarnaast gezamenlijk voor de jaren 2022 t/m 2024 (per saldo) tot een structureel klein voordeel.
Wij streven naar een structureel en reëel sluitend financieel meerjarenperspectief. Geconstateerd kan worden dat dit perspectief met de nodige onzekerheden is omgeven (denk alleen al aan de aanstaande herverdeling van het gemeentefonds, het overleg hierover tussen gemeenten en kabinet en de verkiezingen voor de Tweede Kamer). Om die reden hebben we in de Voorjaarsnota al aangegeven dat we bij de Voorjaarsnota van het komend jaar, indien het actuele beeld ons daartoe noodzaakt, met voorstellen komen tot het structureel maken van het meerjarenperspectief.