|
|
Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op 17 december 2012 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde tenzij anders aangegeven. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot het brutobedrag. Winst wordt genomen op moment van realisatie. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het betreffende boekjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Aan reserves en voorzieningen wordt geen rente toegerekend conform stellige uitspraken van de commissie BBV in de notitie rente.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.
Immateriële Vaste Activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden geactiveerd en in vijf jaar afgeschreven, indien daadwerkelijk het tot stand komen van een activum wordt gerealiseerd. Het voornemen, technische uitvoerbaarheid en toekomstige nut zijn daarbij voorwaarden
|
Toelichting:
Geen bijzonderheden.
De onderstaande overzichten geven het verloop van de boekwaarde van de investeringen in de materiële vaste activa weer.
|
De activa worden onderscheiden naar activa met een economisch nut of activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Als voor de categorie activa met economisch nut heffingen of rechten gevraagd kunnen worden, is er sprake van een derde categorie:economisch nut met heffing.
Onderstaande tabel geeft inzicht in dit onderscheid.
|
Investeringen met economisch nut
Investeringen met economisch nut worden verwerkt in de balans tegen verkrijgingsprijs en volgens de lineaire afschrijvingsmethode afgeschreven. Start van de afschrijving van een nieuw kapitaalgoed is het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin de investering gereed komt of verworven wordt. Resultaatafhankelijk afschrijven is niet toegestaan en reserves die gevormd zijn, mogen niet in mindering worden gebracht op deze activa. Voor de afschrijving van de materiële vaste activa met economisch nut worden de termijnen gehanteerd zoals beschreven in de bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 8 van de Financiële verordening gemeente Losser 2018 (verordening art. 212). Deze verordening is geactualiseerd bij raadsbesluit van 13 maart 2018.
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd.
De in erfpacht uitgegeven percelen (activa met economisch nut) zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs en omvatten de gronden onder de carnavalsloodsen in Losser en De Lutte en de tennishal de Lage Esch.
De overige materiële vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Afschrijving vindt dan plaats op basis van de netto - investering middels de lineaire afschrijvingsmethode. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar, rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden.
|
Het negatieve investeringsbedrag betreft een rentecorrectie die in 2019 onterecht is verwerkt.
De investeringen in bedrijfsgebouwen zijn in totaal € 5,573 mln. en zijn gedaan in de nieuwbouw van het Carmel College (€ 53.200), de nieuwbouw sporthal de Fakkel (€ 5,449 mln.), toegankelijkheid en luchtbehandeling het Lossershoes (€ 63.100) en in duurzaamheid (€ 7.700). De desinvestering is volledig het gevolg van de SPUK-bijdrage voor de nieuwbouw van de sporthal.
Voor de grond-, weg- en waterbouwkundige werken is een correctie doorgevoerd over voorgaande jaren van -€ 19.000 en € 7.000 besteed aan de herinrichting van de buitenruimte bij Erve Boerrigter, waardoor de totale investeringen op -€ 12.000 uitkomen.
Bij het servicebedrijf is geïnvesteerd in vervanging van een tweetal tractoren (€ 51.500), een Kubota (€ 20.000), een afzuigwagen (€ 90.200) en een onkruidbrander (€ 20.000). Daarnaast is in het Kulturhus Losser geïnvesteerd in faciliteiten voor videoconferencing (€ 33.600).
De overige activa betreffen de gedane investeringen in ICT voor de basisregistratie personen (€ 32.200) en uitgaven voor het opvragen en verstrekken van persoonsinformatie.
Investeringen met een economisch nut ten behoeve van heffingen waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
|
Toelichting:
Het weergegeven bedrag aan investeringen is besteed voor vervanging en (groot) onderhoud rioleringen in diverse straten, waaronder die in het centrum van Losser en de Dorpsstraat in de Lutte.
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Alle investeringen met maatschappelijk nut, waaronder infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken, worden met ingang van boekjaar 2017 geactiveerd als gevolg van de gewijzigde BBV regelgeving. Tot 2017 was dit geen verplichting.
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur.
|
Toelichting:
In 2020 zijn de volgende investeringen gedaan en bijdragen verrekend:
| Omschrijving | Investeringen | Bijdragen/ verrekeningen |
| centrum Losser | 1.337.300 | |
| MIP/vervanging wegen | 2.006.600 | |
| de Lutte | 367.400 | 25.700 |
| Overdinkel | 84.900 | 9.800 |
| Glane | 9.600 | |
| wandel-/fietspad de Pol-Dinkel | 4.800 | -28.100 |
| LAGA-pad | 45.000 | |
| Losser aan de Dinkel | 29.500 | 56.100 |
| verlichting Kolkersweg-komgrens | 23.000 | |
| 3.863.100 | 108.500 |
Salderend is er € 3.755.000 geïnvesteerd.
Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen zijn opgenomen tegen nominale waarde, dan wel de lagere marktwaarde. Verstrekte geldleningen zijn opgenomen tegen de hoogte van de oorspronkelijke geldlening, verminderd met de ontvangen aflossingen, dan wel de lagere marktwaarde.
Het verloop van de financiële vaste activa in 2020 is in onderstaand overzicht weergegeven.
|
Toelichting:
De aflossing leningen deelnemingen heeft betrekking op de laatste tranche van de aflossing van een lening aan Enexis.
De investeringen en afschrijvingen/aflossingen op de langlopende leningen bestaan uit de volgende leningen:
| Omschrijving | Nieuwe leningen | Aflossingen |
| - fietsprivé | 27.417 | 26.961 |
| - hypotheken ambtenaren | 0 | 153.012 |
| - achtergestelde lening Vitens | 0 | 111.640 |
| - Stimuleringsfonds Volkshuisvesting | 457.259 | 18.192 |
| - VROM startersfonds | 527.183 | 451.558 |
| 558- Energiefonds | 100.473 | 18.380 |
| - St. Stimuleringsfonds SVN | -250.000 | 0 |
| 862.332 | 779.743 |
Vlottende activa
Voorraden
De boekwaarde van de grondexploitatie betreft uitsluitend het zogenoemde 'Onderhanden werk' (gronden in exploitatie). Door de gewijzigde regelgeving rond de inrichting van de administratie (BBV) mogen de gronden, waarvoor nu en binnen afzienbare tijd geen plan of (voorgenomen) raadsbesluit bestaat om deze in exploitatie te nemen, niet meer onder de voorraden worden opgenomen. In plaats daarvan worden deze onder de 'Materiële vaste activa' opgenomen.
De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs dan wel lagere marktwaarde.
Onder de voorraden wordt ook de boekwaarde verantwoord met betrekking tot gronden opgenomen onder de grondexploitatie. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de voorgeschreven paragraaf Grondexploitatie.
|
Toelichting:
| Omschrijving | Boekwaarde 1-1-2020 | Vermeerderingen | Verminderingen | Boekwaarde 31-12-2019 |
| Bouwgrond in exploitatie | 4.982 | 3.795 | 3.036 | 5.741 |
| Verliesvoorziening | -395 | 0 | 17 | -412 |
| Totaal | 4.586 | 3.795 | 3.053 | 5.329 |
De boekwaardemutatie is € 743.000 (€ 5,329 mln. - € 4.586 mln.)
De uitgaven en inkomsten zijn als volgt ontstaan:
| Omschrijving | Bedrag |
| Bouw-/woonrijpmaken | 1.953.007 |
| Beheerskosten | 177.371 |
| Sloopkosten | 151.016 |
| VTU-kosten | 548.052 |
| Financieringskosten | -1.952 |
| Financieringskosten | 8.691 |
| 2.836.186 | |
| Winstneming | 958.927 |
| Vermeerderingen | 3.795.113 |
| Gronduitgifte: | |
| - rijwoning | 498.557 |
| - 2^1 kap | 415.697 |
| - vrijstaande woningen | 1.885.326 |
| 2.799.581 | |
| Exploitatiebijdragen | 203.498 |
| Overige inkomsten | 32.711 |
| Verminderingen | 3.035.790 |
| Verliesvoorziening | 16.713 |
| Verminderingen/verliesvoorziening | 3.052.503 |
| Boekwaardemutatie | 742.609 |
Onderstaand de ontwikkeling van de boekwaarde en het te verwachten eindresultaat van de in exploitatie genomen gronden (* € 1.000):
| Voorraden: Gronden in Exploitatie | Boekwaarde 1-1-2020 | Vermeerderingen 2020 | Verminderingen 2020 | Winstneming 2020 | Boekwaarde 31-12-2020 | Te maken kosten | Te realiseren inkomsten | Verwacht eindresultaat op eindwaarde* |
| De Saller | 1.764 | 634 | 2.678 | 846 | 566 | 1.981 | 5.163 | 2.616 |
| Luttermolenveld | 361 | 73 | 0 | 0 | 435 | 195 | 572 | -58 |
| De Geurmeij | 2.029 | 158 | 331 | 22 | 1.879 | 2.427 | 4.494 | 189 |
| ’t Zijland | -1.344 | 1.280 | 27 | 91 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wonen aan het Dinkeldal | 1.956 | 683 | 0 | 0 | 2.640 | 1.448 | 3.776 | -311 |
| Invalsweg Overdinkel | 214 | 8 | 0 | 0 | 222 | 55 | 207 | -70 |
| Totaal | 4.982 | 2.836 | 3.036 | 959 | 5.741 | 6.106 | 14.213 | 2.365 |
| Verliesvoorziening | -395 | 17 | -412 | |||||
| 4.586 | 2.836 | 3.053 | 959 | 5.329 |
Uitzettingen met een rentetypische looptijd van < 1 jaar
De vorderingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd, die in mindering is gebracht op de boekwaarde. Dit leidt tot de balanswaarde.
|
Toelichting:
De vorderingen op de openbare lichamen bestaan voor het grootste deel uit afgedragen btw.
De rekening courant verhoudingen met niet financiële instellingen betreffen het rekening courantsaldo van het GBTwente ten behoeve van het innen van lokale heffingen, en het rekening courantsaldo van het ROZ voor uitvoering van de BBZ en de TOZO-regeling.
Het grootste deel van het saldo van de Overige vorderingen per 31-12-2020 heeft betrekking op de vorderingen met betrekking tot GBTwente en ROZ. De vorderingen bedragen samen € 2.905.000.
Op de vordering op het GBTwente van in totaal € 1.473.000 is een voorziening voor oninbaarheid van € 330.000 in mindering gebracht, terwijl op de vordering op de ROZ Groep Hengelo van € 1.432.000 een voorziening voor oninbare belastingdebiteuren van € 458.000 in mindering is gebracht. In totaal bedraagt de voorziening oninbaarheid hiermee € 788.000. De forse stijging van de vorderingen wordt vooral veroorzaakt door de TOZO-regeling. Na aftrek van de voorzieningen bedraagt de boekwaarde van de vorderingen € 2.117.000
Het saldo van de boekwaarde van de overige vorderingen is € 37.000, waardoor de boekwaarde uitkomt op € 2.154.000.
Schatkistbankieren
De gemeente is verplicht om overtollige middelen, boven het drempelbedrag, onder te brengen bij het ministerie van financiën via het zogenaamde schatkistbankieren. Eventuele overtollige middelen mogen niet worden belegd bij andere partijen. Onder voorwaarden mogen wel leningen worden verstrekt aan andere decentrale overheden.
Het drempelbedrag bedroeg € 455.000 in 2020. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de gemeente in 2020 het drempelbedrag niet heeft overschreden:
| (x 1.000 euro) | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
| Buiten schatkist aangehouden bedragen | 98 | 256 | 250 | 110 |
| Toegestane drempelbedrag | 455 | 455 | 455 | 455 |
| Ruimte onder het drempelbedrag | 356 | 198 | 205 | 345 |
| Overschrijving drempelbedrag | 0 | 0 | 0 | 0 |
Liquide middelen
Deze worden tegen verkrijgingsprijs opgenomen.
|
Overlopende activa
De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.
|
Toelichting
De nog te ontvangen baten zijn eind 2020 € 1.893.000 en bestaan uit:
| Omschrijving (bedrag * € 1.000) | Bedrag |
| Leges Gemeentelijk Belasting Kantoor Twente | 465 |
| Maatregelhulp 2020 | 317 |
| Nedvang 2020 | 285 |
| Winstuitkering beschermd wonen 2020 | 168 |
| Teruggave OB/BCF | 281 |
| Leges vergunningen | 89 |
| Overig | 280 |
| Totaal | 1.893 |
De nog te ontvangen baten van openbare lichamen zijn eind 2020 € 4.853.000 in verband met een openstaande vordering op het ministerie van Financiën voor het terugvorderen van BTW.
De post vooruitbetaalde kosten bestaat uit:
| Omschrijving ( bedrag * € 1.000) | Bedrag |
| Verzekeringen | 161 |
| Huur Prins Hendrikstraat | 44 |
| Overig | 27 |
| Totaal | 232 |
Eigen Vermogen
Het eigen vermogen is gewaardeerd tegen nominale waarde.
|
Naast het eigen vermogen voortkomend uit de reserve maakt ook het gerealiseerde resultaat onderdeel uit van het eigen vermogen. Inclusief het gerealiseerde resultaat van 2020 van € 3.297.894 komt het totaal eigen vermogen eind 2020 uit op € 28.264.000. In onderstaand overzicht staat de verdeling van het eigen vermogen naar de diverse (bestemmings)reserves.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Toelichting Algemene (risico)reserve
Het saldo van dotaties en onttrekkingen aan de algemene reserve is € 3.837.000 (€ 5.531.000 -/- € 1.694.000) en kan als volgt worden verklaard.
Vanuit de resultaatbestemming van de jaarrekening 2019 is voor diverse onderwerpen in totaal per saldo € 3.641.000 toegevoegd (na aftrek van € 1.411.000 resultaatbestemming). Daarnaast is conform de uitgangspunten van het grondbedrijf de helft van het positieve resultaat aan de algemene reserve toegevoegd, in 2020 gaat het om een bedrag van € 479.000.
Naast deze dotaties is conform de begroting een bedrag van € 185.000 aan de algemene reserve onttrokken en is er ook nog € 98.000 onttrokken voor de dekking van het tekort op de exploitatie van het Kulturhus Losser zoals opgenomen is in de begroting.
Toelichting Bestemmingsreserves
Sociaal
Reserve kulturhus Overdinkel
In de reserve is € 120.000 beschikbaar voor dekking van de kosten van het onderhoudscontract in de komende vijftien jaar. In 2020 is aan deze reserve voor de gemaakte kosten voor onderhoud een bedrag van € 8.000 onttrokken.
Reserve MOP onderwijs '10
Aan de reserve MOP onderwijs is in 2020 € 6.000 toegevoegd in verband met een onderschrijding van het jaarlijkse onderhoudsbudget. Voor dekking van gemaakte kosten is vervolgens een bedrag van € 8.000 onttrokken.
Reserve NASB '08+'09
De gemeente heeft gedurende de periode 2008 - 2012 hiervoor middelen ontvangen via de algemene uitkering. Met de Vereniging Sport en Gemeenten is een convenant gesloten voor de uitvoer van diverse beweeginterventies. De budgetten hiervoor zijn in de begroting opgenomen. Het verschil budget en realisatie wordt verrekend met de reserve. Met toestemming van de Vereniging Sport en Gemeenten wordt het restant van deze reserve uitgegeven in de jaren 2015 - 2017 omdat de provincie begin 2013 in het kader van de € 1.- regeling € 45.000 subsidie heeft verleend voor sport- en beweegactiviteiten. Ten opzichte van het beschikbare budget is in 2020 geld overgebleven, dit bedrag van per saldo € 70.000 is toegevoegd aan de reserve.
Reserve impuls brede school 2009
In maart 2009 is een meerjarig convenant met het rijk gesloten om deel te nemen aan de impuls om combinatiefuncties mogelijk te maken. Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer in dienst is bij 1 werkgever maar werkzaam is voor twee of meer sectoren. Losser heeft gekozen voor een samenwerking tussen onderwijs, sport en/of cultuur. Via de algemene uitkering ontvangen we budget voor 3,9 FTE. In 2020 is voor dekking van de extra kosten bovenop het beschikbare budget een bedrag van € 15.000 aan de reserve onttrokken.
Reserve inburgering statushouders
Voor de huisvesting van statushouders heeft de gemeente in de loop van 2017 eenmalige middelen ontvangen. Deze middelen zijn bedoeld voor de integratie van statushouders, waaronder participatie en taalonderwijs. Middels een aangenomen amendement is voorgesteld bij de jaarrekening 2017 het niet bestede bedrag ad € 174.000 in een reserve te bestemmen. Zoals al aangegeven in de raadsinformatiebrief over de reserves, is deze reserve afgeroomd met € 100.000, omdat het reserveerde budget niet meer volledig nodig is voor het doel waarvoor de reserve is ingesteld.
Reserve gezond in de stad
De gemeente Losser ontvangt via de decentralisatie-uitkering GIDS (Gezond In De Stad) middelen (periode 2015 - 2017) om de aanpak van gezondheidsachterstanden verder vorm te geven. Bij de resultaatbestemming 2015 is besloten het ontvangen bedrag 2015 te reserveren. In 2020 is bijna € 6.000 minder uitgegeven vanuit de algemene uitkering is ontvangen. Dit is aan de Reserve Gids-gelden toegevoegd.
Reserve frictiekosten & reserve Sociaal domein
Op het onderdeel 'Sociaal domein', specifiek de drie decentralisaties, is in 2015 een voordelig resultaat geboekt van € 979.000. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2015 is besloten om dit voordeel in een tweetal reserves beschikbaar te houden:
• Bij de implementatie en uitvoering van de nieuwe taken in het Sociaal Domein, wordt gaandeweg duidelijk dat het naar alle waarschijnlijkheid niet voor alle medewerkers haalbaar is om aan de daarbij behorende eisen (kennis en vaardigheden) te voldoen. Dit leidt tot frictiekosten waarvoor een bedrag van € 500.000 is gereserveerd. In 2020 waren deze kosten € 103.000.
• Vanwege de onzekerheid die bestaat over de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten binnen het 'Sociaal domein', is besloten om het restant van € 479.000 te bestemmen voor de vorming van een reserve 'Sociaal domein'. In 2016 is vervolgens ingeschat dat een bedrag van € 1 miljoen toereikend is voor de eenmalige uitgaven/investeringen in het sociaal domein. Om die reden is voorgesteld de reserve Sociaal domein aan te vullen met een bedrag van € 521.000 (€ 1 miljoen verminderd met € 479.000). In 2020 zijn de totale kosten van de pilots € 155.000; deze kosten worden met de reserve verrekend.
Reserve Fundamentgelden muziekonderwijs
In 2016 is de beschikking voor de jaren 2015 en 2016 van Fundament lager vastgesteld. Van het teruggevorderde geld is bij de resultaatbestemming van 2016 een reserve gevormd. Zoals al aangegeven in de raadsinformatiebrief over de reserves, is deze reserve afgeroomd met € 23.000, omdat het reserveerde budget niet meer nodig is voor het doel waarvoor de reserve is ingesteld.
Applicatie sociaal domein
Het is belangrijk dat binnen het sociaal domein op een integrale wijze kan worden gewerkt. De applicatie van Centric faciliteert deze wijze van werken, onder andere doordat een integraal klantbeeld leesbaar is. Implementatie van de applicatie leidt tot betere dienstverlening. Op basis hiervan is in 2017 besloten een reserve te vormen. In de raadsinformatiebrief over de reserves is aangegeven dat deze reserve vrij kan vallen. Uit de reserve is € 79.000 onttrokken, waardoor er nog € 20.000 blijft staan in de reserve. Dit is bestemd voor nog te maken kosten voor ondersteunende werkzaamheden in 2021.
Fysiek
Reserve grondexploitatie
De grondexploitatie is een risicovolle activiteit. Om deze risico’s op te kunnen vangen, zonder de Algemene risicoreserve aan te moeten spreken, is in 2007 is door de raad besloten een reserve Grondexploitatie te vormen. Hierbij is bepaald dat, indien het jaarresultaat van de overige gemeentelijke activiteiten een negatief saldo vertoont, dit eerst wordt aangevuld. Het meerdere wordt voor 50% bestemd voor de Algemene reserve en de andere 50% voor de reserve Grondexploitatie. In geval van een tekort op de grondexploitatie wordt dit eerst ten laste van deze reserve gebracht, een eventueel resterend tekort komt ten laste van de algemene middelen. Op grond van de Notitie grondbeleid 2018 mag de reserve grondexploitatie maximaal € 1 mln. bedragen.
De actualisatie van de grondexploitaties heeft ertoe geleid dat er € 17.000 is onttrokken om de verliesvoorziening Luttermolenveld en Wonen aan de Dinkel op te hogen voor € 21.000 en de verliesvoorziening voor Invalsweg Overdinkel voor € 4.500 te verlagen.
Op basis van het BBV moet tussentijdse winst worden genomen; In 2020 is winst genomen voor de Saller (€ 423.000), de Zijland (€ 45.000) en de Geurmeij (€ 11.000), totaal € 479.000. Omdat er voor het grondbedrijf € 17.000 is onttrokken moest eenzelfde bedrag weer aan de reserve grondbedrijf worden toegevoegd om deze weer op € 1 mln te krijgen. De overige € 463.000 valt vrij ten gunste van het rekeningresultaat 2020.
Reserve onderhoud wegen
Bij de op 12 mei 2009 vastgestelde bezuinigingsoperatie is besloten dat jaarbudgetten onderhoud wegen volledig voor dit doel mogen worden aangewend. Dat betekent dat een overschot via een reserve beschikbaar blijft. Eventuele tekorten kunnen jaarlijks verrekend worden met deze reserve. In 2020 is de onttrekking € 807.000 als gevolg van een overschrijding van het onderhoudsbudget wegen vooral door de inhaalslag voor achterstallig onderhoud en vervanging.
Reserve Dorpsvisies 2008
Op 30 juni 2009 heeft de gemeenteraad bij bestemming van het jaarresultaat 2008 besloten tot het instellen van deze bestemmingsreserve à € 128.000. De leefbaarheid van de kerkdorpen en burgerparticipatie zijn speerpunten uit het collegeprogramma. Hiertoe zijn samen met burgers dorpsvisies opgesteld en is door de raad middels amendement bij de voorjaarsnota op 24 juni 2008 budget voor de uitvoering beschikbaar gesteld. Zoals al aangegeven in de raadinformatiebrief over de reserves, is deze reserve in 2020 afgeroomd met € 5.000, omdat de reserve gelet op de beperkte omvang opgeheven kan worden.
Reserve gebouwen MOP
Op 20 december 2011 heeft de gemeenteraad op basis van de najaarsnota besloten tot het instellen van een reserve voor de MOP gebouwen, inclusief de gebouwen van het onderwijs. Dit omdat het MOP meerjarig is onderbouwd en planmatig wordt weggezet. Aan de reserve MOP is in 2020 conform de begroting € 41.000 onttrokken. Het resterende budget voor het nog niet uitgevoerde onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen van € 101.000 is toegevoegd aan de reserve.
Reserve vervanging lampen OV
Deze reserve is bedoeld voor de 4-jaarlijkse vervanging van de lampen van de openbare verlichting. Jaarlijks wordt een bedrag ad € 12.500 gereserveerd. Naast deze storting hebben er geen mutaties in 2020 plaatsgevonden.
Reserve afboeking grond
Losser heeft samen met de regiogemeenten verder gewerkt aan het bieden van inzicht in de gevolgen van de over programmering woningbouw. Naar verwachting is een substantieel deel van de programmering hard. Echter, de mogelijkheid bestaat dat besluitvorming op dit punt een nadelige invloed zal hebben op het weerstandsvermogen. Om die reden is besloten om een bedrag van € 250.000 te reserveren. In 2020 hebben geen mutaties plaatsgevonden.
Reserve Omgevingswet
Met de vaststelling van de Bestuursrapportage 2016 is besloten € 200.000 uit het resultaat te reserveren voor de implementatie van de omgevingswet. In de Voorjaarsnota 2020 is voor de beoogde implementatie van de omgevingswet het beschikbare bedrag in deze reserve verhoogd met € 360.000. Ter dekking van gemaakt kosten voor de invoering omgevingswet heeft in 2020 een onttrekking van € 191.000 plaatsgevonden.
Reserve aanschaf Squid
Om informatie over vergunningen, toezicht en handhaving goed te kunnen verwerken en met externe partners te kunnen delen, is de aanschaf van een nieuwe applicatie nodig. Hiervoor is een reserve gevormd ad € 50.000, deze is in de jaarrekening 2018 met nog eens € 20.000 verhoogd. In 2020 heeft geen mutatie op deze reserve plaatsgevonden.
Reserve Duurzaamheid
De raad heeft op 13 november 2017 de motie aangenomen om een reserve Duurzaamheidsfonds te vormen en een storting van € 500.000 te doen. Vanuit de resultaatbestemming van de jaarrekening 2019 is voor het onderwerp energiemaatregelen in 2020 per saldo € 237.000 toegevoegd. Voor 2020 is in totaal € 161.000 gebruikt voor de dekking van kosten voor projecten.
Herinrichten Beuningen
De raad heeft op 13 november 2017 de motie aangenomen om voor dit doel een bedrag van € 40.000 op te nemen. In 2020 hebben geen mutaties plaatsgevonden.
Reserve Centrumontwikkeling
Met de vaststelling van de Jaarrekening 2019 is besloten € 500.000 uit het resultaat te reserveren t.b.v. het centrumplan in Losser. De meerjarige uitvoering start in 2020.
Dienstverlening
Algemene reserve
Zie toelichting aan het begin.
Reserve investeringsbijdragen
Op grond van het BBV mogen bijdragen uit eigen reserves in investeringen met economisch nut niet in mindering worden gebracht op de boekwaarde van deze investeringen. Hier is sprake van de zogenaamde. bruto - verantwoording. In de praktijk houdt dit in dat er een jaarlijkse vrijval van deze reserve plaatsvindt op basis van de afschrijvingstermijn van het betreffende activum. Hierbij wordt ook rekening gehouden met rente, zodat e.e.a. hetzelfde effect heeft als een netto - verantwoording, zij het dat de vrijval op grond van de regelgeving niet geschiedt via het betreffende product maar via functie 980 en op deze wijze dus via de bestemming.
Conform de begroting heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 126.000 voor de reguliere bijdrage in de kapitaallasten.
Reserve Organisatie-ontwikkelingen
Deze reserve is bedoeld voor dekking van risico's voortvloeiende uit mogelijk verplichtingen en kosten als gevolg van het organisatie ontwikkel traject. In 2020 zijn geen kosten verrekend met de reserve.
Reserve conjunctuur/ frictiefonds
Op 12 mei 2009 heeft de Raad bij het vaststellen van de bezuiniging besloten tot het instellen van een conjunctuur-/frictiefonds in 2010 van € 1.000.000. Dit fonds is bedoeld voor het opvangen van tijdelijke, conjuncturele tegenvallers, waarbij te denken valt aan bijvoorbeeld niet door het rijk gecompenseerde uitkeringsgelden en teruglopende leges. Tevens is dit fonds bedoeld voor opvang frictiekosten in de vorm van eenmalige personele effecten als uitvloeisel van de organisatorische aanpassingen. Ook de samenwerking met Enschede en het GBT en de daaruit voortvloeiende frictiekosten vallen hieronder. Zoals al aangegeven in de raadsinformatiebrief over de reserves, is deze reserve afgeroomd met € 87.000, omdat voor de kosten die voortvloeien uit conjuncturele tegenvallers de Algemene risicoreserve beschikbaar is. Het overige deel van de reserve moet beschikbaar blijven voor de aangegane verplichtingen die voortvloeien uit frictiekosten.
Reserve Individueel loopbaanbudget
In september 2013 is deze reserve ingesteld om het mogelijk benodigde budget voor de regeling individueel opleidingsbudget, waaraan het personeel rechten kan ontleden, over de periode van 3 jaar te kunnen bekostigen. In 2017 is het overgebleven opleidingsbudget toegevoegd aan de reserve. Gelet op de overschrijding in 2016 en de verwachting dat de noodzaak voor opleidingen de komende jaren hoog is, is het noodzakelijk hiervoor reserve gelden beschikbaar te hebben. De hogere kosten die verwacht worden vinden hun oorsprong in onder andere de drie decentralisaties, expeditie Losser en veranderende wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet. Zoals opgenomen is in de raadsinformatiebrief over de reserves is de reserve in 2020 opgeheven.
Reserve referenda
Op 10 november 2015 is door de Raad een amendement aangenomen waarin de raad het college opdraagt een reserve in te stellen 'ten behoeve van het houden van referenda'. Op deze manier wordt voorkomen dat de financiële situatie van de gemeente een argument is om een referendumverzoek van inwoners af te wijzen. Dit amendement is bij de bestuursrapportage 2016 geëffectueerd. In 2020 hebben geen mutaties plaatsgevonden.
Reserve Aansluiting BRP-digitale dienstverlening
Vanuit Digitaal 2017 is landelijk koers gezet richting het zoveel mogelijk digitaal aanbieden van producten aan inwoners en bedrijven. Om die reden is samen met Enschede gekozen voor de applicatie iBurgerzaken. Hiervoor is een bedrag van € 438.000 gereserveerd ter dekking van de kapitaallasten van de applicatie, de te maken projectkosten en de kosten voor het trainen van de medewerkers.
In het project was ook voorzien in het realiseren van de aansluiting met de BRP. De minister van minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties - Google zoeken Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het project BRP gestopt. In het kader van het project iBurgerzaken vindt aansluiting op de BRP dan ook niet plaats.
Aangezien het project iBurgerzaken nog niet is afgerond, worden geen rente- en afschrijvingslasten ten laste van de taakvelden gebracht. De reserve is gevormd om juist deze lasten te zijner tijd af te dekken. Om die reden hebben net als in voorgaande jaren ook in 2020 nog geen mutaties in de reserve plaatsgevonden.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van de voorzieningen waarbij het tijdsaspect een betekenisvolle rol speelt. Deze voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Dit geldt bijvoorbeeld voor de pensioenvoorziening van de wethouders die gebaseerd is op actuariële berekeningen.
|
| Bedragen x 1.000 Euro's | Voorziening | Stand 01-01-2020 | Dotaties | Vrijval | Bestedingen | Stand 31-12-2020 |
| Sociaal | Herstructurer.Ontmanteling Top Craft | 121 | 0 | 0 | 3 | 118 |
| Fysiek | Voorz. Reiniging | 580 | 0 | 188 | 0 | 392 |
| Voorz. Riolering | 3.007 | 560 | 0 | 0 | 3.567 | |
| Dienstverlening | Voorz. pensioenen wethouders | 3.977 | 212 | 0 | 136 | 4.052 |
| Voorz. uitstroom personeel | 28 | 0 | 0 | 14 | 13 | |
| Voorzieningen | 7.712 | 771 | 188 | 153 | 8.143 |
Toelichting:
Sociaal
Voorziening herstructurering Top Craft
Op basis van de notitie "Mensenwerk" hebben de drie deelnemende gemeenteraden in december 2011 besloten om Gr-WOT en het toenmalige uitvoeringsbedrijf Top Craft te ontmantelen en over te gaan tot separate uitvoering van de WSW door de drie afzonderlijke gemeenten. Als gevolg van deze beslissing is in de jaarrekening 2011 een voorziening "Herstructurering" gevormd van € 8.284.000 (het Losserse deel is 33%). De stand van het Losserse deel van deze voorziening bedroeg op 01-01-2020 nog € 121.000. De gemeente Oldenzaal is belast met de afwikkeling van de liquidatie. In 2020 heeft geen substantiële vrijval plaatsgevonden. Aan de restant-verplichtingen in de jaarrekening ligt het volgende ten grondslag: een salarisberekening van RAET en een inschatting van de verplichtingen die nog tot medio 2021 kunnen worden gedaan op basis van het sociaal plan. Verwachting is dat de voorziening in 2021 met een (beperkte) vrijval kan worden afgewikkeld.
Fysiek
Voorziening Reiniging
Het saldo tussen lasten en baten met betrekking tot de afvalinzameling wordt jaarlijks verrekend met deze voorziening. Het resultaat op de afvalinzameling heeft er toe geleid dat een bijdrage uit de voorziening Reiniging moest worden onttrokken van € 188.000. Hierin zit conform begroting een storting verrekend van € 35.000 voor de toekomstige vervanging van de ondergrondse afvalcontainers, wat maakt dat het nadeel op de afvalstoffenheffing bruto op € 223.000 is uitgekomen, waar in de begroting van € 200.000 was uitgegaan.
Een toelichting op de dotaties / onttrekkingen is te vinden in hoofdstuk 3.2.
Voorziening Riolering
Het saldo tussen lasten en baten van de riolering wordt jaarlijks verrekend met deze voorziening. De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het kostendekkingsplan dat onderdeel is van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In de begroting 2020 was een storting aan deze voorziening geraamd van € 308.000. De werkelijke storting bedraagt € 559.000. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door besparingen op diverse onderdelen zoals vooral op onderhoud € 67.000, BTW € 108.000 en straatreiniging € 18.000 alsmede door een provinciale subsidie van € 44.000 waar in de begroting geen rekening mee is gehouden.
Een uitgebreidere toelichting is te vinden in hoofdstuk 3.2.
Dienstverlening
Voorziening pensioenen wethouders
Op grond van het BBV dient voor de pensioenverplichtingen, die de gemeente heeft jegens bestuurders en oud-bestuurders dan wel jegens hun nabestaanden een voorziening te worden gevormd. Jaarlijks zal moeten worden beoordeeld op basis van een actuariële berekening of de voorziening nog toereikend is.
Per 1 januari 2020 bedroeg deze voorziening € 3.977.000. In 2020 is een bedrag van € 136.000 als pensioenuitkering ten laste van de voorziening gebracht. Aangezien op basis van de actuariële berekeningen blijkt dat de voorziening nog niet op het benodigde niveau zat, heeft er een extra storting van € 76.000 plaatsgevonden. Daarmee heeft de voorziening eind 2020 een omvang van € 4.052.000.
Voorziening uitstroom personeel
Door de uitstroom van een personeelslid is er een verplichting ontstaan voor de komende tien jaar. In 2020 is een bedrag € 14.000 als betalingsverplichting ten laste van deze voorziening gebracht, zodat per 31-12-2020 de hoogte van deze voorziening nog € 13.000 bedraagt.
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
|
Toelichting:
De aflossingen op de leningenportefeuille bedroegen € 2,67 mln. De aflossingsverplichting voor 2019 is opgenomen in het saldo per 31 december 2018 en niet afzonderlijk gepresenteerd onder de kortlopende schulden. In 2020 is een nieuwe langlopende lening aangetrokken van € 5 mln. Het betreft een lineaire geldlening met een looptijd van 25 jaar. De rente voor deze lening is 0,313%.
De totale rentelast voor de vaste schulden bedroeg € 661.000 in 2020. Onder de vlottende schulden is de verplichting van de in 2020 af te wikkelen rente opgenomen van in totaal € 278.000.
Vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Deze worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
|
Toelichting:
Per 31-12-2020 bestaat de totale vlottende schuld van € 14.856.000 voor € 9.500.000 uit een kasgeldlening. Het negatieve banksaldo van € 1.211.000 is een ander deel van de vlottende schuld. Verder zijn onder deze post tot een bedrag van € 4.145.000 diverse overige schulden opgenomen. Een specificatie van dit bedrag ziet er als volgt uit:
| Bedragen x € 1.000 | 2020 |
| Af te dragen sociale premies en loonheffing december | 1.229 |
| Betalingen onderweg | 780 |
| Af te dragen sociale premies uitkeringen | 1.194 |
| BTW | 987 |
| Overige | 44 |
| Totaal overige vlottende schulden | 4.145 |
De post afgedragen BTW is conform de bepalingen van het BBV nu verwerkt onder de vlottende schulden, deze post stond voorheen onder de Uitzettingen met een looptijd kleiner dan 1 jaar.
Overlopende Passiva
In artikel 44, lid 2 BBV wordt voorgeschreven dat de nog te besteden middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is, onder voorzieningen moeten worden verantwoord. Voor specifieke uitkeringen geldt een uitzondering. Niet-bestede middelen van uitkeringen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel (“geoormerkt”) dienen als “vooruit ontvangen” op de balans te worden verantwoord, onder de post overlopende passiva.
|
Toelichting
De post ‘Overig’ betreft de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen, voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Deze dienen ter dekking van lasten van komende begrotingsjaren. Hieronder is een specificatie gegeven
| Bedragen x € 1.000 | Saldo per31-12-2019 | Ontvangsten | Bestedingen | Saldo per 31-12-2020 |
| Provincie | 434 | 10 | -116 | 328 |
| Rijk | 1.031 | 872 | -3 | 1.900 |
| Gemeenten | 389 | 27 | 415 | |
| Overlopende passiva openbare lichamen | 1.854 | 908 | -119 | 2.643 |
Naast de hierboven genoemde ontvangen voorschotbedragen van € 2.643.000, is in 2020 nog een bedrag van € 334.000 aan uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel ontvangen. De bestemming hiervan wordt in 2021 bepaald. Daarmee komt het totaalsaldo eind 2020 uit op € 2.977.000.
De post 'Nog te betalen kosten' betreft de verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Dit met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze post is als volgt te specificeren:
| Bedragen x € 1.000 | Afgerond |
| BTW 2015-2019 verpakkingen afval | 283 |
| Uitvoeringskosten TOZO 2020 | 333 |
| Kosten Jeugd 2020 | 229 |
| Boeking onderzoek 2019 | 144 |
| Naheffingsaanslag BCF 2015 | 110 |
| Wmo HO 2020 | 92 |
| Wmo ex HO 2020 | 75 |
| Afrekening Vpb 2018 | 65 |
| Naheffingsaansl. BCF 2016 | 61 |
| Remondis/AVI 2020 | 52 |
| Kosten inhuur Enschede OW 2020 | 50 |
| Kosten BWW 2020 | 47 |
| Jeugd Verb 2020 | 44 |
| Humanitas-Jeugdfonds 2020 | 43 |
| Overig | 517 |
| Totaal nog te betalen kosten | 2.143 |
Het beperkte bedrag dat verantwoord is onder de post 'Vooruitontvangen baten', betreft de verkoop van een perceel grond en een correctie op de bijdrage Onderwijsachterstandenbeleid.
Tot de niet uit de balans blijkende verplichtingen worden de meerjarige contracten zoals langlopende huur- en leaseverplichtingen of onderhoudscontracten gerekend. Daarnaast valt de overlopende verplichting voor restant verlofuren hieronder.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen: Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende (spaar)verlofaanspraken. Voor 2020 komt dit neer op een spaar- en restantverlof van ongeveer € 369.000 (saldo op 31-12-2020).
De gemeente Losser kent geen langlopende huur- en leaseverplichtingen groter dan € 100.000.
Naast bovengenoemde verplichtingen is de gemeente voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. De belangrijkste betreffen:
Gewaarborgde geldleningen
Hieronder volgt het verloopoverzicht volgens artikel 57 BBV van de gewaarborgde geldleningen.
Artikel 50 BBV schrijft voor dat aan de passiefzijde buiten de balanstelling het bedrag wordt opgenomen waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt. Voor zover leningen door de gemeente zijn gegarandeerd is buiten telling het totaalbedrag van de gegarandeerde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.
| Gewaarborgde leningen | Oorspronkelijk hoofdsom | Stand 01-01-2020 | Correcties 01-01-2019 | Nieuwe garanties | Aflossingen | Stand 31-12-2020 |
| Gegarandeerde geldleningen aan: | ||||||
| Verbonden partijen | 666 | 96 | 96 | 0 | ||
| Kunst/Cultuur | 294 | 211 | 7 | 204 | ||
| Overig | 61 | 30 | 3 | 27 | ||
| Totaal | 1.022 | 337 | 0 | 0 | 96 | 231 |
Bij deze leningen staat de gemeente voor 100% van het vermelde saldo garant.
Daarnaast heeft de gemeente nog verplichtingen op het gebied van de WSW en de WEW.
| Percentage borging door de gemeente Losser | Oorspronkelijke hoofdsom | Bedrag borging 01-01-2020 | Bedrag borging 31-12-2020 |
| 50% | 31.800 | 31.800 | 31.800 |
| 100% | 1.560 | 1.560 | 1.560 |
| Totaal | 33.360 | 33.360 | 33.360 |
Het WSW staat voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Bij deze leningen treedt de Gemeente Losser op als 'achtervang'. Dit betekent dat indien een corporatie niet aan haar betaalverplichtingen kan voldoen allereerst het WSW gehouden is om de betalingen te verrichten. Slechts indien het WSW niet in staat is om deze verplichtingen te voldoen zal de gemeente renteloze leningen aan het WSW moeten verstrekken, zodat het fonds alsnog aan de claims kan voldoen. Overigens heeft het WSW momenteel de hoogst mogelijke kredietstatus (triple A) zodat het onwaarschijnlijk is dat het WSW van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Het WEW staat voor het Waarborgfonds Eigen Woningen. Dit zijn de Nationale Hypotheek Garanties die worden verstrekt aan particulieren. Hier gelden dezelfde regels als bij het WSW. De gemeente is slechts 'achtervang'.
Gebeurtenissen na balansdatum
Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie omtrent de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt.
Het Coronavirus heeft financiële gevolgen gehad voor de jaarrekening 2020. Deze gevolgen zijn financieel verwerkt en toegelicht. Corona raakt ook de begrotingsuitvoering in 2021. Mogelijk ook de jaren daarna. De inschatting van de financiële impact voor 2021 en volgende jaren is nu onmogelijk te maken. Ook in 2021 monitoren we onze risico’s en die van onze partners voortdurend. De gemeente Losser loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.